Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij wil mij zenden om gegeeseld te worden! zie maar eens!" En zij toonde miss Ophelia een briefje.

Het was een door Maries fijne Italiaansche hand geschreven bevel aan den meester van het geeselhuis, om de brengster vijftien slagen toe te dienen.

„Wat heb je dan toch gedaan?" vroeg Ophelia.

„U weet, juffrouw Feely, dat ik zoo driftig ben," antwoordde Rosa, „bet is waarlijk slecht van mij. Ik was bezig om missis te kleeden, en zij sloeg mij in het gezicht; ik was driftig en sprak, voor dat ik er aan dacht wat ik zeide, en toen zeide zij, dat zij mij dit wel zoude afleeren, en dat zij mij eens voor altijd zou doen gevoelen, dat ik niet meer zoo brutaal behoorde te wezen, als ik totnogtoe was geweest, en toen schreef zij dit en beval mij, er mee heen te gaan. Ik had liever, dat zij mij maar dadelijk had dood geslagen."

Ophelia stond met het briefje in haar hand na te denken.

„U begrijpt, juffrouw Feely," zeide Rosa, „om dat geeselen zou ik nog zooveel niet geven, indien ik dat van u of mevrouw moest ondergaan; maar naar een man, zulk een vreeselijke man gezonden te worden — o, het is verschrikkelijk, juffrouw Feely!"

Ophelia wist zeer wel, dat het de algemeene gewoonte was, om vrouwen en jonge meisjes naar de geeselhuizen te zenden en over te leveren in de handen der laagste mannen, die gemeen en gevoelloos genoeg waren om zich aan zulk een beroep toe te wijden en bij wie de arme schepsels aan de onmenschelijkste en honendste kastijding bloot stonden. Ook vroeger had zij dit wel geweten, maar tot dusverre had zij het nooit in practijk zien brengen, totdat zij de slanke gestalte der arme Rosa daar in een wanhopige houding voor zich zag staan, en nooit had zij het afschuwelijke van dergelijke handeling zoo levendig gevoeld. Al het rechtschapen vrouwenbloed, het eerlijke, Nieuwengelsche bloed stroomde haar naar de wangen

Sluiten