Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door een groep, welke wachtte op het oogenblik, dat de verkoop zou beginnen. En hier herkennen wij de bedienden van St. Clare; Tom, Adolf en de anderen; ook zien wij Susanna en Emmeline, die angstig en met verslagen aangezichten haar beurt afwachten. Verscheidene toeschouwers, al of niet kooplustig, en zich meestal naar de toevallige omstandigheden schikkende, hebben zich rondom de groep geschaard, en betasten, onderzoeken het gelaat en andere lichaamsdeelen, en spreken daarover met dezelfde vrijheid, waarmede een hoop paardenkoopers handelen over de verdiensten van hun viervoetige handelsartikelen.

„Ha, Alt, wat brengt jou hier?" vroeg een jonge dandy, terwijl hij op den schouder van een ander zwierig gekleed jongman klopte, die Adolf door een lorgnet van het hoofd tot de voeten opnam.

„Wel, ik heb een bediende noodig, en ik hoorde, dat die van St. Clare heden hier zouden wezen. Ik wilde dus eens gaan zien."

„Ik zou mij wel wachten om ooit een van St. Clares volk te koopen! Het zijn allen verwende negers."

„Och, dat is niets,' hernam de eerste. „Indien ik er een van krijg, dan zal ik hem daarvan wel weten te genezen; ik zal hun spoedig leeren inzien; dat zij te doen hebben met een anderen meester dan met dien monsieur St. Clare. Op mijn woord, ik geloof, dat ik dien knaap ga koopen; zijn voorkomen bevalt mij zeer goed."

,.Maar je zult ondervinden, dat je alles wat je bezit van nooden zult hebben om hem te onderhouden. Hij is vreeselijk verkwistend!"

„Doch je zult zien, mijn vriend, dat hij dit bij mij niet zal wezen. Laat hij maar eens eenige malen naar den calaboose zijn gezonden en een weinig nederiger gekleed worden, en ik verzeker je, dat hij wel mak zal worden. Op mijn woord, ik zal hem wel klein krijgen; je zult het zien! Ik koop hem, dat is uitgemaakt."

Sluiten