Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dagwerk door den onmenschelijken meester werd nagezien, was een vrouw, zwakker dan al de overigen, en buiten staat haar opgelegde taak te volbrengen, door Tom geholpen; en toen Legree dit had opgemerkt, besloot hij beiden op een gevoelige wijze te straffen, en beval daartoe aan Tom, om zelf de vrouw een aantal slagen toe te deelen.

„Vergeef mij, massa," zeide Tom, „ik hoop, dat massa dit niet van mij vergen zal. Ik ben niet gewoon zoo iets te doen; ik heb het nooit gedaan en ik kan het niet doen; het zal mij onmogelijk wezen."

„Je zult nog wel andere dingen moeten leeren, voor dat ik met je gedaan heb," zeide Legree, terwijl hij een zweep in de hand nam, waarmede hij Tom een slag in het aangezicht toebracht, die door een geheelen vloed van slagen op rug en schouders gevolgd werd.

„Ziedaar," zeide hij, toen hij ophield om te rusten, „zal je mij nu nog eens zeggen, dat je het niet kunt doen?"

„Ja, massa," antwoordde Tom, terwijl hij het hoofd ophief, om het bloed van zijn aangezicht te wisschen. „Ik ben bereid om dag en nacht voor u te werken en te zwoegen, zoolang er leven en adem in mij is; maar ik gevoel, dat ik zóó iets niet zal kunnen doen; ik zal het nimmer, nimmer doen."

Tom had een bizonder zachte, heldere stem en gedroeg zich over het algemeen op zoo eerbiedige wijze, dat Legree hem als bloohartig en zeer gemakkelijk te onderwerpen had beschouwd, en allen verbaasd stonden, toen hij de laatste woorden op zulk een vasten toon had uitgesproken. De arme vrouw sloeg de handen ineen, terwijl de overigen elkander onwillekeurig aanzagen en hun adem inhielden, als om zich voor te bereiden op den storm, dien zij verwachtten dat weldra zou losbreken.

Legree stond eenige oogenblikken als verstomd en

Sluiten