Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Midden in de diepte van zijn lichamelijk lijden, terneergebogen door die onmenschelijke wreedheid, scheen deze vraag een straal van hoop en vreugde in zijn ziel te werpen. Eensklaps richtte hij zich op, vestigde een ernstigen blik naar boven, en terwijl bloed en tranen zich op zijn wangen met elkaar vermengden, riep hij uit:

„Neen, neen, neen! mijn ziel is de uwe niet, massa! U heeft die niet gekocht, u kan die niet koopen! Zij is gekocht en betaald door Eén, die haar zal weten te bewaren; neen, neen, u kan mij geen kwaad doen!"

„Kan ik dat niet?" snauwde Legree met een honenden lach. „Welnu, wij zullen zien. Hier Sambo! Quimbo! geeft dien hond zooveel, dat hij voor altijd den mond zal houden.

De twee reusachtige negers, die zich nu met boosaardige vreugde van Tom meester maakten, sleepten

hem, zonder dat hij tegenstand bood, van de plaats

Het was laat op den avond, en Tom lag kreunend en bloedend alleen in een eenzaam, oud vertrek, te midden van gebroken werktuigen, hoopen beschadigd katoen en ander afval, dat daar bij elkaar was neergeworpen.

Het was een zwarte, sombere nacht; de dikke lucht wemelde van duizenden muskieten, die de kwelling van zijn wonden nog vermeerderden, terwijl een brandende dorst — de grootste plaag, die er kan bestaan — de maat van zijn lichamelijk lijden tot den rand toe vulde.

Dagen en nachten, lang en smartelijk, bracht Tom in dezen toestand door.

Sluiten