Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij iemand hoorde zingen. Dat was op die plaats een ongewoon geluid en hij hield stil om te luisteren. Een heldere, welluidende stem zong:

Wanneer ik 't blij vooruitzicht lees Op 't Vaderhuis omhoog,

Verbannen is dan elke vrees,

En ik droog het schreiend oog.

Al grijnst heel de aard mijn ziel ook toe, Of grimt de hel mij aan;

Ik lach dan, hoe de Satans woên,

En tart der menschen smaan.

Stort vrij een vloed van zorgen neer,

Dat smart mijn aanzijn sloop:

Zoo 'k slechts behouden huiswaarts keer,

Mijn God, mijn heil, mijn hoop!

„A.h, zoo!" zeide Legree bij zich zelf, „denkt hij er zoo over? Nu dat is inderdaad iets bijzonders! O, hoe haat ik die lofzangen! Hier, jij neger;" riep hij, Tom, naderende, eensklaps uit, terwijl hij zijn rijzweep ophief; „hoe durf jij het wagen, zoo iets te doen, daar je reeds lang hadt behooren te slapen. Houd je mond, en maak dat je naar binnen komt."

„Ja, meester!" antwoordde Tom, met vlugge bereidvaardigheid, opstaand om heen te gaan.

Legree gevoelde zich boven beschrijving getergd door Toms zichtbaar gelukkigen toestand, en terwijl hij op hem toereed, gaf hij hem verscheidene slagen op hoofd en schouders.

„Ziedaar, hond die je bent," brulde hij; zeg nu, of je je nog zoo gelukkig gevoelt."

OOM TOM.

Sluiten