Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Voor het tegenwoordige, ja," antwoordde tante; „en ik hoop, dat zij voor u even genoeglijk als voor mij zelve zullen zijn geweest. Maar laat ik, voor dat wij scheiden, nog eerst een paar woorden tot u richten. Laat toch de gewaarwordingen, die bij u, lieve kinderen, ontwaakt zijn door hetgeen ik u heb voorgelezen, niet weder verflauwen; laat ik mogen hopen en vertrouwen, dat zij sterker zullen worden, naarmate gij in jaren toeneemt. En beproeft dan ook, of er voor u geen middelen te vinden zijn om op de eene of andere wijze de slavernij te doen verdwijnen. Ja, George, denk aan uw geliefkoosden Nelson, die zegt: „Engeland verwacht op dezen dag, dat ieder zijn plicht zal doen." Maar onze plicht was slechts ten halve volbracht, toen wij, als ééne natie, ophielden aan den slavenhandel deel te nemen. Onze voorouders hebben de slavernij in Amerika ingevoerd, en daarom behoorden wij, ook als er geen hoogere drangreden bestond, er naar te streven en niet te rusten, totdat het geheele stelsel der slavernij in ieder werelddeel is uitgeroeid. Maar er is nog een hoogere drangreden; er is nog een sterker*prikkel dan dit. Hij, die ons zoo zeer liefhad, dat hij niet aarzelde, om Zijn leven voor ons te geven, heeft ons een heerlijk voorbeeld nagelaten, zoowel als Hij ons dat gebod gaf: „Hebt elkander lief!" De liefde tot God moet de groote, de hoofddrijfveer van al onze daden zijn. Denkt steeds aan dit voorschrift: „Zoo wat gij wilt dat u de menschen doen, doet gij hun ook alzoo!"

Sluiten