is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteelen, buitenplaatsen, tuinen en parken van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET KASTEEL ROSENDAAL

PROVINCIE GELDERLAND

NIET zonder reden verwijlt de minnaar van wat het Verleden in zijn dichte zwachtels bewaarde aan kracht en schoonheid, in de Middeleeuwen als in een toovertuin, welks zeldzame wonderheid uit telkens nieuwe en onverwachte verschijnselen tot ons opbloeit. Moorden kunnen moeilijk weergeven dit leven van weergalooze wisseling, en het proza dat al de stoere schoonheid en het breed-ademend wezen van dien tijd zou willen heffen op de statige golven van zijn beheerscht rhythme, zou buitengewoon gespierd moeten zijn. En nog zouden er in het gedruisch der golvende woorden veel schatten te loor gaan, die waard zijn gekend te worden om hun teederheid en intimiteit, of om hun gloeiende pracht. . . .'

Wat al gelegenheid biedt de geschiedenis van dit kasteel om het fluweel en goud van een gobelin te tooveren rond de hartstochtelijke en hooghartige gesten zijner bewoners, die ridders waren in den goeden ouden zin van het woord, dus: ~Sans peur ni reproche,” welk laatste niet van alle ridders zonder vrees uit dien tijd kon gezegd worden, en waarschijnlijk ook slechts onder voorbehoud van de Rosendaalsche heeren. En wie zal niet geneigd zijn om den fluister dier vergleden tijd, den vagen naklank van wapen- en krijgsgeweld, van drink- en dansgelag, van leest- en rouwgetij af te luisteren van hooge grauwe muren, yan verscholen torenhoeken, zooals zoovele kasteden van brabant en Limburg ze ons bewaarden?

Helaas, de wondere fleur van den duister-schoonen riddertjjd brengt het kasteel-zelf niet tot ons, al is zijn historie doorrankt van de geheimzinnige, schitterende en ook tragische gebeurtenissen van den feudalen tijd. Hiervan spreken alleen chronijken; de muren hebben een andere, D vt er en mHder diepe stem, die van de achttiende eeuw.

Men rnag zonder overdrijving het kasteel Rosendaal, ° liever de burcht, die zijn voorganger was op dezelfde grondvesten, want de vriendelijk-statige huizinge van nu sombere vermoedens wekken ~het tragische sot noemen. Want behalve dat het aan den lijve al de isselvalligheden van een weinig zachtzinnig oorlogsbedrijf f raaide malen onderging, is het geweest een brandpunt van hevige broeder- en familietwist. leder die weet hoe nauw de geschiedenis van Rosendaal is verbonden met die an 'Je‘re s graven en hertogen, ziet reeds de triestheid een veelmaals gesluierd verschiet voor zijn oogen opdoemen. s & TT . * * *

. iet n*et moeilijk zich voor te stellen, hoe de verer te burcht Rosendaal met torens en tinnen zich trotsch n geweldig tegen de Hollandsche lucht hief, toen Reinoud I, hof)6 \an- e^re’ er de eerste bewoner was. Hoezeer welder V°l m 100^dzaak bedoeld als lustoord aan den zoom dien t-mUWe’ Was et kasteel ter deeg op den krijg van ook rf' toegerust en droeg van zijn grimmige bedoeling ce voor belagers meer dan duidelijke kenteekenen.

<lip d es.c liedenis van den eersten slotheer, Reinoud I, p-e7Pf°°r ZpU vrouvv en kinderen onttroond werd en gevangen Voor tPf- §ot Montfort bij Roermond, is genoeg bekend. tijden terwidd nWarei? begfijPelijkerwijs rumoerige praaf’p • -i, , knancieele moeilijkheden, waarin steeds een rrnp^mOU verkeerde, weinig beloften inhielden voor woonstede VerzorSinê' en een betamelijk onderhoud zijner

A

Onder zijn zoon en opvolger brak er voor het slot een meer luisterrijke tijd aan. Door een huwelijk met de dochter van den rijken koopman en heer van Mechelen: Floris Berkhout, was Reinoud II in beteren doen geraakt dan zijn verkwistende vader geweest was. Alles wat die tijden kenden aan smuk en sier werd in schitterendste overdaad niet te goed geacht voor Rosendaal en de burcht werd ondanks zijn op den krijg berekend uiterlijk voorkomen een ware lusthof.

Met de komst van Eleonora, prinses van Engeland, die, na den dood van Sophia Berkhout, Reinoud’s tweede gemalin werd, begon in dit paradijs weer haar kop op te steken de slang, die heel het komende geslacht der Geldersehe vorsten mede scheen aan te vreten.

De familietragedies aan het Geldersche Hof zijn te bekend om hier te herhalen. Haast een gewijde mythe is geworden het verhaal van Eleonora, die te midden van een aanzienlijk drinkgelag haren gemaal zich toonde met haar zonen Reinoud en Eduard, om te bewijzen, dat zij niet melaatsch was, welk lasterlijk gerucht den hertog van haar hield verwijderd. Dit geschiedde echter niet te Rosendaal maar op het Valkhof te Nijmegen.

De dood van Reinoud II in 1343 was het sein tot een familietwist om de opvolging, welke strijd zich weldra uitbreidde tot den krijg der Heeckerens en Bronckhorsten, welke zoo geruimen tijd het land zou teisteren met benarde oorlogen.

De toren, die thans nog als een schutsheer het hoofdgebouw van Rosendaal beschermt, heeft volgens de overlevering mede aandeel gehad in de gebeurtenissen van dien tijd. Na den slag bij Tiel, waar Reinoud door zijn jongeren broer Eduard werd gevangen genomen, werd de toren van Rosendaal de gevangenis van den „dikken hertog”. Ofschoon verschillende verhalen in omloop zijn omtrent de eenzame opsluiting van den overwonnen landsheer, mag men aannemen dat zijn gevangenschap heel dragelijk is geweest.

Na Eduard’s dood mocht Reinoud (de derde) nog drie maanden het genoegen smaken onaangevochten den hertogstaf te zwaaien over de kwartieren van zijn gebied.

■J ö Waren het na den dood van Reinoud II de beide zoons uit zijn huwelijk met Eleonora, die elkaar om gebied en macht d*en strijd op leven en dood aandeden, na het overlijden dezer twee woelige vorsten traden de dochters uit het eerste huwelijk met elkaar in ’t krijt. Maria, gehuwd met Jan van Arkel, wist voor haar zoon Willem de zegepraal weg te dragen en onder voogdij van zijn vader werd de knaap hertog van Gelre en bezitter van Rosendaal. Langen tijd bleef de burcht het centrum van het staatsbestuur en dus ook het oord waar de gewichtige uren der politiek zich met welgevallen deden afwisselen door stonden van praal en festiviteit.

De jonge hertog huwde later met de weduwe van zijn oom Eduard; Catherina van Beieren.

Tot 1515 bleef Rosendaal, trotsche burcht en lusthof gelijk, in het bezit van de Geldersche hertogen, wier macht echter reeds in het eind der vijftiende eeuw niet meer zoo onversaagd en onaantastbaar was als voorheen. Achtereenvolgens waren landheer geweest Reinoud IV (1402—1423), Arnoud en Adolf. De beide laatste heeren, vader en zoon,