is toegevoegd aan uw favorieten.

"De groote Oost"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OLEOPOLIS.

a/b. „Swartenhondt", Maart.

De speergelederen van Borneo's boschkust liggen achter mij. Celebes rijst, met groene en donkerblauwe golven van zijn bergen, al uit zee. Mijn derde hoofdstuk zal beginnen.

Mijn laatste herinneringen aan Borneo zijn die aan Setagèn, Kota Baharoe, Pamoekan en Balikpapan, plaatsen die de „Van Diemen" aandeed, waarmee ik van Bandjermasin naar de laatstgenoemde plaats gevaren ben. Setagèn is de uitvoerhaven der gouvernementskolen op Poeloe Laoet. Er is, gelijk bij de meeste kolenplaatsen, niets moois aan te zien en de eenige merkwaardigheid ervan is de traagheid waarmee de kolen hier werden ingedragen. Ik maak geen vergelijking met zeer modem geoutilleerde kolenplaatsen maar met de eenvoudige gelegenheden aan den Boven-Barito. Welnu, wij hebben van 's morgens 8 tot 's middags 1 uur, dus 5 uren, noodig gehad voor het indragen van 45 ton kolengruis (de moderne stookhaarden der nieuwe K. P. M.-schepen, van welke booten enkele b.v. ook reeds van een Oetzroer zijn voorzien, kunnen ook heel goed gruis stoken). Over die hoeveelheid zouden de 8 mannetjes (incluis kleine jongens die de manden slechts vol scheppen) van het Inlandsche bedrijfje bij Katjang 6% uur hebben gedaan en aan de Menoehan-onderneming, waar de kolen niet worden gedragen maar gestort, zou het zelfs slechts 3 uur hebben geduurd. Nu is er te Setagèn slechts één stortgelegenheid... en die was bezet door een Chineesche boot die daar, wegens den boycot van Japansche kolen, zich vol kwam laden. Dit lijkt miji wel wat erg zuinig voor een Europeesch bedrijf. Tot vergelijkingen met kleine onderneminkjes mag zoo'n bedrijf, onverschillig of het Gouvernement»- of particulier is, geen aanleiding geven, dunkt mij.

Van Kota Baharoe, een Inlandsen plaatsje op de noordpunt van Poeloe Laoet, was alleen merkwaardig dat er een nederzetting is van Makassaren die, geheel op palen natuurlijk, i n