is toegevoegd aan je favorieten.

Kleine bandeloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de grootmoeder vreemd opgewekt met streelende woordjes ;

»Nou, da's mooi hoor; da's mooi . . ene heb-je dat zellef gedaan r«

»Jaa,« knikte het kindje gretig terug; »en die boom óók en dat schip.«

»Zoo. . zóó, die boom ook en dat huis, prachtig, nou da's knap hoor.«

»En zie je die rame . . enne die deur en dat stoepie ?« lei het stemmetje vragende uit; sda's allemaal net echt. zoo als ze 't an de huizen hebbe.«

»Ja . . ja,« knikte het vrouwtje moeilijk voorover gebogen in gemaakte bewondering; »da's mooi hoor, prachtig. Kom nou's bij me zóó., dicht tegen mean.«

»Hè, kouê hand,« griemde het kind met een vertrokken gezichtje, de kille hand om haar hals voelend. »Da's net als echte huizen,« babbelde ze opgewonden voort met haar warme vingers op de lei wijzend.

»Zal 'k nog een poppehuis teekene, ja?« vleide ze met een geslepen stemmetje.

Met de klein dikke handen, propte ze de lei in den schoot; »mot je effe zoo blijve zitten,« waarschuwde ze ernstig.

»Ja .. jaja, doe maar,« knikte het vrouwtje ; maar onmerkbaar knelde ze haar buigenden arm, dichter om het licht gebogen hoofdje en fluisterde zacht prevelend ; sToos kijk me 's an, hou-je van grootje?«

Toen ze 't warm gezichtje met gekriebel van wui-