is toegevoegd aan je favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eu wat er in lateren tgd van geworden is? Wij weten 't niet.

Wittewiernm en Egmond geven ons een genoegzaam duidelijk beeld van de wijze, waarop ook binnen onze grenzen gewoonlijk kloosterbibliotheken ontstonden. Hier waren liet aanzienlijke begunstigers, die den grondslag legden van de boekerij; daar begon men mot hetgeen de eerste abt persoonlijk aan boeken bezat. Spoedig na de stichting van een nieuw klooster namen de monniken gewoonlijk de pen ter hand om afschriften te maken van de onontbeerlijke liturgische boeken. En waar 't nieuwe convent onder leiding stond van een Hinken abt, bleven zy meestal, ook nog lang na de voltooiing van dezen taak, aan den arbeid, omdat by een goed klooster nu eenmaal ook oene goede boekerij behoorde. Ook onder do opvolgende abten vond men er gewoonlijk wel, die veel over hadden voor de vermeerdering der liberie — die dikwijls ook door boekgeschenken in korten tijd sterk aangroeide.

Hoe men en waar men in die oude tijden in onze vaderlandsehe kloosters de boeken bewaarde — daarvan is ons weinig bekend. Kloosters, die in den ouden toestand bewaard bleven, hebben wij niet, en catalogi van hunne bibliotheken, die daarover, zooals wij in ons eerste hoofdstuk zagen, ook nog wel eens mededeelingen bevatten, ontbreken ons tot nog toe. Zagen wy boven, dat in de abdy te Wittewiernm de boekenvoorraad geborgen was in eene kast. geplaatst in 't kapittelhuis, wy mogen aannemen, dat hetzelfde in meerdere van onze kloosters 't geval zal geweest zijn, vooral wegens de vochtigheid van ons klimaat. Doch hier en daar zal men de kast of de kasten ook wel geplaatst hebben in den kloosteromgang, en 't vermoeden is niet ongewettigd, dat op sommige plaatsen ook muurkasten in den kloostergang als bergplaats voor boeken gebruikt werden. Zoo zyn er nog enkele brokken bewaard gebleven van den kloosteromgang van 't oude Dominicanerconvent te Zutphen: in den muur van de Broerenkerk, die vroeger de Noordzijde van dien omgang vormde, is een diepe kast uitgespaard, tegenwoordig gebruikt als bergplaats voor de schoonmaaksters der kerk, doch die in ouden tijd misschien een deel van den boekenschat geherbergd heeft. Studeercellen, carolls of écrituires, zooals in Engelsche en Fransche kloosters zooveel voorkwamen, schijnen in de onze niet gewoon geweest te zijn. Misschien kwamen zy alleen voor inde Egmondsche abdij. Immers wij lezen van abt Meynard de Man (1509—1526), dat liy niet alleen