is toegevoegd aan je favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu zaten zij geruimen tijd zwijgend bij elkander. Plotseling sprong Barbara op en wist niet naar welke zijde zij zich het eerst zou wenden.

„Barbara! Zij zijn verslagen — de Zweden namelijk — en moeten weldra komen!" riep Bob uit van den kant van Heidelberg komend.

„Maar man, daar zijn zij al!" antwoordde Barbara haastig zich naar de andere zijde wendend. „Ilemelsche goedheid, zij zijn het waarachtig zelf!" riep zij verheugd uit.

„Barbara, beste Barbel! Oude, goede Bob!"

„Jonker, beste Jonker! Monsieur Valentijn!" klonk het vroolijk over en weer.

Ier zijde gewend ecliter stond Winfried, de arme onkenbaar geworden jonge man, in zijn eene hand hield hij slap den cither, met de andere veegde hij zijn tranen weg.

„Wie is dat, Barbara!" vroeg Berthold.

„Maar hoe is het in Godsnaam mogelijk, jonker? Hebt u zoolang in den zadel gezeten, dat uw oogen niet duidelijk meei kunnen zien? liet is uw eigen tweelingbroer nog wel, Winfried. Ilij heeft een beetje de pokken gehad, mijn hemel ... die kan ieder eerlijk christenmensch in zulke woelige tijden krijgen. Het is al lang voorbij en zoo erg is het met het gezicht niet meer. Voor ons is het goed, wij kunnen u nu beter uit elkander houden."

„Ja, Berthold, zeide nu Winfried naderbij komend, terwijl hij zijn snikken bijna niet kon inhouden, „zoo zien wij elkander weder, je broeder ziet er liefelijk uit, die afschuwelijke ziekte heeft hem mooi toegetakeld, erger dan die degenhouw bij Breitenfelde. In Lützen kende je me beter."

Berthold had zich intusschen geheel hersteld en zoo vroolijk mogelijk riep hij uit: „Dat is een verrassing in het oude vadeiland. Ja, je voorhoofd en je kin zijn een beetje ruw geworden, maar Barbel heeft gelijk, zoo erg is het niet. Het begint al te schemeren en ik had je hier niet verwacht. En wat doet het er toe, hoe men er uitziet, wat geeft een krijgsman daarom, als het hart maar frisch is en liet hoofd helder.