Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot stand komen, zooals de scabies en de epidermophytie. En dan houden wij als inheemsche ziekten over de gonorrhoe, het ulcus molle en de syphilis, van de meer zeldzame hier afgezien. Wij hebben het voorrecht in een tijd te leven, waarin de aetiologie van deze ziekten bekend is.

In 1879 heeft Neisser de reeks der ontdekkingen geopend door het vinden van den gonococcus in het écoulement en kort daarop is het aan B u m m gelukt het micro-organisme zuiver te kweeken en zijn ook entproeven verricht; merkwaardig is, dat de gonococcus bij dieren geen werking van beteekenis op de slijmvliezen heeft. Wel gelukt het, bij muizen en Guineesche biggetjes door inspuiting in de borst- of buikholte ontsteking te veroorzaken, soms met den dood van het proefdier als gevolg ; somtijds zijn dan de gonococcen in het bloed gevonden.

In 1889 volgde toen de mededeeling van Ducrey, dat hij in de leucocyten uit de pus van de oppervlakte van het ulcus molle eigenaardige bacillen had gevonden. Daarop heeft U n n a in 1892 in het weefsel de ons bekende streptobacillen aangetoond, die voor de diagnose kenmerkend zijn. De bacillen van Ducrey bleken vervormde streptobacillen te zijn en voor het onderzoek is het dan ook noodig, dat men van het weefsel van den rand van de zweer gebruik maakt. De reincultuur is o.a. aan Lenglet in 1901 gelukt en in 1904 slaagde o. m. Tomasczewski er in, de besmetting met de reincultuur te bewerkstelligen. Men kan de bacillen op apen enten en van daar weer op den mensch. Het staat tegenwoordig wel vast, dat niet altijd het ulcus molle de voorwaarde yoor besmetting is, want ook zoogenaamde bacillendraagsters en -dragers komen voor.

B r u c k vond den streptobacillus ulceris mollis in de vulva en het orificium urethrae van een overigens gezonde vrouw; de cultuur op bloed-agar gelukte en de autoinoculatie eveneens. Reeds tevoren deed B r u c k dezelfde ervaring op bij twee meisjes, met dezelfde localisatie, maar bij deze werd niet zoo afdoend, met name niet urethroscopisch onderzocht, wat toch bij gevallen als deze voor de wetenschappelijke bewijsvoering noodig is, omdat rekening moet worden gehouden met het zeldzaam voorkomende ulcus molle in de urethra. Anderen deden dergelijke waarnemingen. B r u c k berekend de morbiditeit van het ulcus molle op 10.—15 pCt. van alle geslachtsziekten aan het Westelijk oorlogsfront, wat met de legerstatistieken in vredestijd vrijwel overeenkomt.

Ten opzichte van de syphilis is de vooruitgang onzer kennis door feiten, die kort na elkander bekend geworden zijn, gekenmerkt.

Sluiten