Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een gunstig gevolg en dat daarbij vergeleken de andere maatregelen geringer nut zullen afwerpen. Laat ons, zeer in het kort, deze andere maatregelen wat nader bezien; dan komt allereerst ter sprake: de bestrijding der prostitutie.

Van deze laat zich zeggen, dat, in landen waar openlijk erkende prostitutie bestaat, nóch reglementeering, nóch gedwongen behandeling en verpleging in staat zijn gebleken de hygiënische vooruitzichten te verbeteren; het onderzoek is te vluchtig en eischt te veel geschoold personeel, de plaatsruimte voor de opname der patienten is te klein. De morbiditeit blijft onder de prostituée's altijd groot. J a d a s s o h n, die met groote getallen werkte, berekent, dat blijvend 30—40pCt. der prostituées gonorrhoisch was; in Petersburg was 68,8 pCt. der vrouwen bij hun entrée in het beroep reeds ziek en de meeste anderen werden het snel daarna. Schasberg te Stockholm vond, dat 42 pCt. voor de inschrijving besmet was, en Pincus te Berlijn stelt dit percentage op 46. Algemeen worden dan ook de nog niet ingeschreven beginners het gevaarlijkst geacht. Tegen de gonorrhoe was men zoo machteloos, dat de controle zelfs niet in staat bleek om de ziekte merkbaar te doen afnemen. De lupanariën blijken dan ook altijd haarden van besmetting te zijn en, afgezien van het ethische bezwaar van openlijke sanctie, kan men in landen of steden waar geen ofBcieele prostitutie bestaat, op grond van hygiënische overwegingen deze niet weder invoeren. Met Blaschko kan men medegaan in de erkenning van het feit, dat in de latere jaren veel in het wezen der prostitutie is veranderd, ook door de verbeterde arbeidsvoorwaarden. Millioenen meisjes zijn niet meer in het huishouden, doch in handel en industrie werkzaam en het peil der zedigheid en zedelijkheid is daarmede niet altijd gestegen. Zooveel is zeker, dat de beroepsprostituée tegenwoordig geen gewichtige factor meer is, zooals blijkt uit de opgaven der bronnen van besmetting, die voor Hamburg o. a. overtuigend hebben aangetoond, dat zij bij de besmetting niet de hoofdrol speelt. De inschrijving blijft ook gebrekkig, zij brengt volgens schatting slechts 1 pCt. der prostituées aan, terwijl het stelsel van de assaineering der prostitutie ook geen rekening houdt met de mannen als bronnen van besmetting en corruptie bij het reglementaire toezicht is gebleken en op den duur kwalijk is te vermijden. De prostitutie en hare reglementeering kunnen dan ook alleen bij uitzondering van hygiënisch nut zijn, zooals in tijd van oorlog of, zooals van D e i n s e betoogd heeft, op kleinere havenplaatsen.

Dan komt in de tweede plaats: de prophylaxe, en dan moet

Sluiten