Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belangstelling op het ziekelijke leven wel gevaar om door een te zwarten bril te kijken en wij spreken veel van degeneratie. De regeneratieve werkingen, die in de natuur wel een groote rol spelen moeten, hebben niet onze eerste aandacht. En toch moeten zij veel doen. Dat de syphilis, die na 1496 in Europa bekend is, vroeger veel ernstiger verliep, schijnt zeker. En de lepra, de oude akkerziekte, kwam veel meer voor dan thans; en toch, ondanks gebrekkige therapie zijn er menschen genoeg geboren en hebben beschaving en cultuur gebloeid. Dat ons ras door de venerische ziekten zou hebben geleden of in de toekomst bedreigd wordt, daarvoor ontbreekt elk bewijs. Troostrijk is het weder, dat de kiem naar het schijnt door de paralysis niet beschadigd wordt. Althans Meggendorfer, die de rol van de erfelijkheid bij de paralyse naging, kon bij de nakomelingen der paralytici alles herleiden tot intrauterine besmetting met syphilis en tot stoornissen, die van het voorgeslacht geërfd waren; in sommige families kwam wel ontaarding voor, maar deze berustte niet op de syphilis, maar op epilepsie of andere afwijkingen van het voorgeslacht, die temeer beteekenis hebben, omdat zij de kans op het verkrijgen van de syphilis vergrooten. En dan kent iedere venereoloog wel gevallen, waar een der echtgenooten lange jaren na de besmetting aan tertiaire syphilis blijkt te lijden, terwijl de wederhelft en de kinderen niets van de ziekte vertoonen en maatschappelijk goed werk verrichten.

Over de waarde van onderwijs in sexueele hygiëne op de scholen loopen de meeningen van paedagogen en medici sterk uiteen. Mijns inziens staat zij ver ten achter bij den onschatbaren invloed ten goede, die van de religie en de opvoeding in het huisgezin kan uitgaan. De religie leert den mensch zichzelf kennen als lid van een geestelijke wereldorde, die van zedelijken aard is. Zij brengt hem tot bezinning omtrent zijn geestelijken oorsprong, zijn geestelijken aanleg, welk bewustzijn voor zijn menschelijkheid oneindig grootere beteekenis heeft dan de informatie over zijn natuurlijken oorsprong in den trant van het neo-Darwinisme; het laatste brengt ons vooronderstellingen, die onzeker blijven en steunen op redeneeringen naar gelijkenis, terwijl de ervaring ons blijft leeren, dat de mensch afstamt van den mensch. Zoowel de eene als de andere geesteshouding heeft geloof noodig om zich te bevestigen, maar bij dieren is geen zedelijkheid te leeren, alleen leeren zij ons gewoonten en instincten. „What are ethics?" dat is geen vraag voor de biologie. De religie heeft onmiskenbaar strekking ten goede, maar te becijferen is haar invloed niet. Dat

Sluiten