Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

atrophie en verder een aanzienlijk geschrompeld, zelfs grootendeels verloren gegaan pancreas.

Meer en meer werd nu bij de diabetesstudie aan de alvleeschklier gedacht. Vooral van fransche zijde begon men met meer nadruk op den samenhang te wijzen. Bekend is de dienaangaande op literatuur en vooral ook eigen waarnemingen gegronde studie van Bouchardat (1875). Spoedig brachten Lancereaux, en tal van anderen nieuwe gegevens aan, welke als steun konden dienen voor de groeiende leer eener pancreasdiabetes. Opzien veroorzaakte een publicatie uit het laboratorium der medische kliniek te Straatsburg, uitgekomen den 17en Januari 1890. Steunend op hun proefnemingen, schreven von Mering en Minkowski 37) de zwaarwichtige resultaten neer, welke een nagenoeg onontkoombare beslissing gaven aan tot dusverre nog volstrekt onbewezen vermoedens. „Nach vollstandiger Entfernung dieses Organes (Pankreas) werden die Hunde diabetisch . .. eine echte, dauernde Diabetes mellitus. Das auftreten eines solchen Diabetes nach der Totalextirpation des Pankreas erfolgt ausnalimslos. .. Die Zuckerausscheidung begann mitunter schon 4—6 Stunden nach der Operation, meistens spater, oft erst am folgenden Tage. Die ersten Harnportionen enthielten in der Regel nur geringe, quantitativ kaum bestimmbare Spuren von Zucker. Erst jiach 24—48 Stunden erreichte die Zuckerausscheidung iliren Höhepunkt: sie stieg dann bis auf 5—11 °/o, noch elie die Thiere irgend welche Nahrung erhalten hatten. Selbst nach / tagigen Hungern schwand der Zucker nicht aus dem Harn, wennauch die Menge des ausgeschiedenen Zuckers bei langer dauerndem Hungerzustande allmahlich geringer wurde.'

Met de glucosurie traden tevens op de verschijnselen, die bij een zware diabetes zoo opvallend zijn, dorst, polyurie, vraatzucht e.d. Vroeg of laat waren ook in de urine aceton, acetazijnzuur en oxyboterzuur aan te toonen. Ook het bloedsuikergehalte steeg aanzienlijk; zoo bedroeg het bij een der dieren op den zesden dag na de operatie 0,3 °/0 — in de urine 7,1%, bij een ander op den zeven en twintigsten dag 0,46 % — in de urine 7,5%. Het grootste deel der dieren stierf reeds in den loop van

2

Sluiten