Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

via de lymph- en bloedwegen of door directe moculatie van oppervlakkig gelegen haardjes naar het peritoneum. Het vinden van microorganismen versterkte hem in zijn opvatting. Tegenover deze infectietheorie verdedigde Langerhans 95) zijn fermenttheorie. Onder abnormale omstandigheden verspreidt zich het pancreassap inplaats van naar den darm te gaan, in de buikholte en ontplooit daar zijn vetsplitsende werkingen. Proefondervindelijk zag hij een maal van de twaalf keeren inderdaad tengevolge van versch ingebracht pancreassap in het levende vetweefsel „vetnecrosen" optreden. Bij cavias heb ik zelf eenige malen pancreasfistel-vocht dat rijk was aan fermenten, ingespoten in de buikholte zonder eenig positief resultaat. In 1893 kwam Rolleston 96) met een andere zienswijze. De multiple vetweefselnecrose zou het resultaat zijn van een gestoorde innervatie, een trophische stoornis dus en wel tengevolge van veranderingen in den n. sympathicus, speciaal in den plexus solaris. Geen enkele der drie opvattingen heeft tot dusver een uitgesproken bevoorkeuring weten te verwerven, voor alle drie, vooral voor de eerste twee, pleiten vele dingen, er tegen eveneens; toch mag men de fermenttheorie heden ten dage als de meest gangbare beschouwen. De overigens interessante proeven van Hlava 97) die door zoutzuurinspuitingen in den ductus Wirsüngianus vetweefselnecrosen kon opwekken, zijn op klinische gronden niet aannemelijk voor een bevredigende pathogenese bij den mensch.

De oorspronkelijke meening van Balser, dat de vetweefselnecrose een ziekte sui generis zou zijn en de pancreasverschijnselen zelf slechts secundaire gevolgen, is thans zoo goed als verlaten.

Een geheel andere maar niet minder heftige strijd ontspon zich over den aard van de pancreasaandoening als anatomisch substraat van de diabetes. Een strijd die in de verste verte nog niet is beslist. Men mag zich zelfs de vraag stellen of er inderdaad wel een bepaald omschreven, histologisch nauwkeurig vast te stellen afwijking bestaat, welke zonder eenigen twijfel pathogenetische beteekenis heeft voor een diabetes. Ik zal er later nog

Sluiten