Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

copisch een totaal ander beeld gevonden als bij no.14; had men hier een hyaline degeneratie der eilandjes, bij haar bleek te bestaan en een sclerose van het pancreas. De microfotogrammen maken elke nadere beschrijving overbodig. (Zie fig. 11 en 12).

No. 16. Patiënt M. werd ingebracht met de diagnose ulcus duodeni. Bij nader onderzoek bleek tevens aanwezig een pancreasstoornis, zich uitende in microscopisch in de faeces aantoonbare spierresten, een spoor neutraalvet, diastaseeenheden 10 en trypsine nagenoeg afwezig — grenswaarde 1 cc.

Urine: geen afw.

Alimentaire glucosurie: afwezig.

Patiënt werd geopereerd wegens dreigende perforatie van het ulcus. Tijdens de operatie had inderdaad de perforatie plaats. Patiënt stierf eenige dagen later plotseling. Het microscopisch onderzoek van het pancreas luidde: In het caput bestaat een plaatselijke acute ontsteking met eenige haemorrhagie en necrose. Dit is wel toe te schrijven aan de gevolgen der operatie. Want in het ontstoken gebied ziet men drie doorsneden van fijne zijden draadjes.

Maar in het corpus treft men plekken aan waar de epitheliumcellen van het klierweefsel necrotisch zijn of in afsterving zijn begrepen. Dit is geen pancreasnecrose, evenmin een postmortaal, autolytisch proces. Het stroma der klier is niet necrotisch, alleen de epitheliumcellen; in het staartgedeelte worden geen noemenswaardige afwijkingen gevonden. Welke precies de aard is van dit pancreaslijden is niet met zekerheid te zeggen. Zie de microfotogrammen : fig. 13 en 14).

Aan deze hier beschreven gevallen behooren nog te worden toegevoegd.

No. 17. Mej. C., eveneens geopereerd aan de maag en met een uitgesproken pancreasafwijking. Diastase 5, trypsine spoor, spierresten -f- +> neutraalvet pos. Zij is thans in het ziekenhuis terug en is momenteel snel achteruitgaande, zoodat wellicht spoedig het klinische onderzoek geverifieerd kan worden.

Sluiten