Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleind door het feit, dat zij, indien men afziet van het latente of voor-stadium eener echte diabetes, toch eigenlijk is een zuiver physiologisch gebeuren. In ieder geval meer zeggend is dan ook de glycosuria ex amylo.

Bij al mijne niet-diabetische pancreaspatienten bestond geen glycosuria ex amylo; bij twee kon een lichte glycosuria e saccharo na het gebruik van 150 glucose 's ochtends op de nuchtere maag worden vastgesteld. Maar beide patienten hadden tevens Basedowverschijnselen. Bij een veertigtal patienten welke geenerlei afwijkingen van het pancreas vertoonden, vond ik slechts vier keeren een glycosuria e saccharo, van wie wederom twee een duidelijk struma bezaten, een het enkele verschijnsel gaf van neurasthenie en een orthostatische albuminurie en een bleek te hebben een tertiaire lues met gummata in de lever. De glucose in de urine werd bij deze zes menschen gevonden resp. 20 min., 40 min., 35 min', 80 min., 30 min. en 60 min. na het gebruik der glucose; na 1 uur resp. V/2 uur, 4 uur, uur, 1 uur en 3y2 uur kon geen glucose meer worden aangetoond. De aangewende reageermethoden waren die van Nylander, Fehling, de gistproef en de polarimetrische bepalingen. De hoeveelheid uitgescheiden glucose was meestal zeer gering en niet nauwkeurig te bepalen. Voor zoover de aflezingen het toelieten, werd er in toto niet meer uitgescheiden op zijn hoogst dan 1,2 °/0 der genomen hoeveelheid ; bij de meesten — vijf — bereikte die slechts 0,7 %.

Dat ook de bepaling van het bloedsuikergehalte bij pancreasafwijkingen zonder het verschijnsel eener glucosurie weinig kan zeggen, is bekend. Mijn eigen patiënten hadden normale waarden.

In vele andere toestanden kan trouwens hyperglycaemie worden aangetoond; deze toestanden geven echter bij de differentieeldiagnose geen moeilijkheden en kunnen dus onbesproken blijven.

Bij een van Oser's proefdieren bij welke een totale pancreasextirpatie was verricht, verdween de drie dagen p. a. opgetreden glucosurie nog voor den dood, terwijl toch het bloedsuikergehalte niet steeg, dit was nl. 0,164 % — normaal is dit voor honden 0,08—0,28 o/0. Dat men overigens bij „pancreasdiabetes", dus bij diabetes met een pancreasaandoening, verhooging van het bloed-

Sluiten