Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een of ander inlandsch dier, terwijl de andere in europeesche landen zou voorkomen. Ook opperde hij de mogelijkheid dat Vibrio Metchnïkovi de oorzaak zou kunnen zijn van cholera nostras en van de zomerdiarrhoe der zuigelingen, en haalde eenige voorbeelden aan om deze beweringen te staven.

Tegen deze vergaande conclusies kwam Pfeiffer in verzet.

Hij wees er op dat Vibrio Metchniltovi van de choleravibrio te onderkennen was, niet alleen door enkele vormeigenschappen, doch ook door het uiterlijk der culturen; gaf echter toe dat zij veel op elkaar gelijken.

Verder legde hij er den nadruk op, dat beide door het dierexperiment gemakkelijk uit elkaar zijn te houden; door enting bij duiven vooral.

De kleinste hoeveelheid eener reincultuur van Vibrio Metchnikovi „zooveel als aan een naald blijft hangen" is voldoende om, onder de huid van een duif gebracht, het dier binnen 20 uur te dooden.

Hij herhaalde de proeven van Gamaleia, en kwam tot dezelfde resultaten wat de virulentie betreft. Ook hij vond caviae zeer gevoelig, haast even gevoelig als duiven. Zonder uitzondering bezweken zij door subcutane imspuiting van 1 c.c. eener bouilloncultuur. Wij hebben reeds gezien dat dit bij onzen vibrio niet het geval is.

Verder neem ik uit de beschrijving door Pfeiffer het volgende over.

In gelatineplaten zijn de kolonies reeds na 16 uur met het bloote oog te zien als kleine witte puntjes, die terwijl zij de gelatine vervloeien, snel in omvang toenemen. Na 24 tot 30 uur ontstaan uit het grootste aantal der kolonies ronde schalen, met een troebele vloeistof gevuld, die ten slotte samenvloeien. Sommige kolonies vervloeien den voedinsbodem eerst veel later, na 48 uur, als kleine witte punten, die in

Sluiten