Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kromme der epitheelvorming bereikt wordt, door de andere natuurlijk niet; de afstand tusschen den abscis en de bovenste lijn op deze plaats geeft de grootte weer van het litteeken op het oogenblik, dat de wond gesloten is.

Dit beantwoordt nu tevens aan het aandeel, dat de epitheelwoekering gehad heeft in het sluiten van de wond, terwijl het verschil in oppervlak tusschen de oorspronkelijke wond en het litteeken zijn oorsprong vindt in contractie.

Vervolgt men de lijn, die de grootte van het litteeken gedurende den eersten tijd na de genezing weergeeft, dan ziet men hoe deze in dit geval naar beneden loopt. Dat beteekent een expansie.

In de verschillende, door Carrel bestudeerde gevallen kwam dit laatste meermalen voor. De andere keeren eindigde de contractie als de wond gesloten was; nooit verkleinde het litteeken zich nog, nadat de genezing was ingetreden.*)

Expansie was in het dierexperiment veel meer uitgesproken, dan bij wonden van menschen.

Uit verschillende grafische voorstellingen, die op dit onderwerp betrekking hebben leidt Carrel af, dat als regel contractie en epitheelvorming samengaan, maar de contractie bij het sluiten van een wond grooter rol speelt dan de epitheelaanwas.

Een enkele maal echter blijft de contractie geheel uit en groeit de wond alleen door epitheelvorming dicht. In dit geval verloopt de lijn, die de contractie weergeeft, dus horizontaal; het litteeken is even groot als de oorspronkelijke wond.

In sommige gevallen kwam er tijdelijk vertraging, hetzij in de contractie, hetzij in den epitheelgroei. Het laatste kon bijv. gebeuren door een ongeschikt verband; de contractie hoefde daarvan geen invloed te ondervinden. Ja, zelfs meenen de schrijvers, dat contractie en epitheelgroei voor elkaar in kunnen springen als een van beiden tijdelijk te kort schiet, zoodat de wond zich in het zelfde tempo blijft verkleinen.

Het litteeken van een breede wond bleek relatief smaller te zijn, dan van een smalle.

*) De praktische ervaring in de kliniek geeft geen bevestiging van deze resultaten, soms ziet men nog zeer sterke schrompeling na de genezing, bijv. bij brandwonden.

Sluiten