Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan zien we dat deze lijn in de lage waarden ongeveer verloopt in de richting van de abscis, terwijl bij grootere hoeveelheden uranylnitraat de curve een meer en meer omhooggaande richting verkrijgt. Voor de bovengrens is een zelfde verloop waar te nemen met di

onderscheid, dat voor de kleine waarden er een plotselinge daling in de hoeveelheid NO* (N03> optreedt, hetgeen in den vorm der

. _ Th(N03)%

lijn zeer goed waarneembaar is. Voor de balanceering Ca q2 en

^C1 hadden de curven dezelfde eigenschap als bij de balanCaCU

ceering het geval was. Deze overeenkomst in den vorm

der verschillende balanceeringscurven is ook te constateeren in de lijn die door Zwaardemaker ') is samengesteld uit gegevens die uit'de litteratuur zijn verzameld. Deze kurve is hier afgebeeld.

Fig. 4. Balanceering (gegevens uit de litteratuur.) Op de abscis de

hoeveelheid Ca C12 in mgr. p. L. op de ordinaat de hoeveelheid KC1 in mgr. p. L.

Bij de hoogere hoeveelheden uranylnitraat en calciumchloride blijkt, dat grootere variaties in de hoeveelheid uranylnitraat met een kleinere variatie in- de ionenconcentratie van het calciumchloride in evenwicht kan worden gehouden. Deze wijziging in de verhouding

Th(NOa)4 KC1 „. komt ook tot uiting bij de balanceeringen en CaCi2-

uit blijkt, dat er bij dit verschijnsel een variabele in het spel is, die vooral bij de hoogere concentraties tot uiting komt. Daarbij moet er op gewezen worden, dat dit een variabele van meer algemeenen aard moet zijn, die in alle balanceerende zoutmengsels aanwezig is en met de specifieke eigenschappen van bepaalde ionen niets te maken heeft.

i) H. Zwaardemaker. Zittingsversl. Kon. Akad. v. Wetensch. Deel p. 1096. 1917.

Sluiten