Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

centraties van de K-, Ca- en Na-ionen in het electrolyt, dan gelden ook hier de formules, die op p. 62 e.v. zijn afgeleid.

lo ionenconcentratie K C, X C3

ionenconcentratie Ca c3 X C2

2o ionenconcentratie K C, X C3 X c2

ionenconcentratie Na C2 X C32

3o ionenconcentratie Ca C2 X c,

ionenconcentratie Na C, X C3 Ten einde uit deze formules de verhoudingen tusschen de verschillende ionen te kunnen berekenen is het noodig om eerst de samenstelling der RiNGER'sche vloeistof na te gaan. Daarvoor is het als het meest geschikt te beschouwen de experimenteele gegevens, die in Hoofdstuk 2 zijn verzameld, als uitgangspunt te nemen. Indien de concentratie van het natriumchloride 0.12 mol. is, blijkt, dat bij een concentratie van het calciumchloride van 0.001 mol. de meest geschikte hoeveelheid kaliumchloride 0.004 mol is. Deze bepaling berust op de uitkomsten, die het onderzoek van de minimum- en maximumehoeveelheden KC1 bij bepaalde hoeveelheden CaCl2 in de RiNGER'sche vloeistof heeft opgeleverd. Als meest geschikte dosis KC1 werd daarbij dan genomen de waarde, die midden tusschen de maximum- en minimumhoeveelheid in gelegen was. Indien we nu deze waarden substitueeren in de formules dan levert dit de volgende resultaten op. Ten overvloede zij hier nog opgemerkt dat de constanten reeds aan het begin van dit hoofdstuk zijn bepaalde en hieronder nogmaals zijn opgegeven.

C, = 2.3 C2 = 3,2 C3 = 1.3

„ , , ionenconcentratie K

Ter bepaling van de verhouding: ; :——

ïonenconcentratie Ca

vinden we:

ionenconcentratie K C, X C3

ionenconcentratie Ca c3 X C2 _ 2.3 X 1.3 ~ c3 X 3.2

= — X —

3.2 ^ c3

2.9

~ 3.2 X 0.12 ionenconcentratie K „ /0.004 . \ ... ionenconcentratie Ca ' 0.001 / ernPinsc •

Sluiten