Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men zou zich op analoge wijze kunnen denken, dat in gevallen van evenwicht de spiercellen in haar oppervlaktelagen 's zomers minder kalium zullen bevatten dan met het oog op de radioactiviteit voor de cel noodig is. In dat geval zou dan een sensibilisator (Zwaardemaker) te hulp moeten komen om de activiteit van het mindere kalium te versterken. De mogelijkheid is daarbij niet uitgesloten, dat de agglutinine-achtigen en de sensibiliseerende eigenschappen in een stof vereenigd zijn.

§ 2. Proeven van Loeb.

Ingewikkelder, maar tevens van groot belang, zijn de berekeningen, die uitgevoerd kunnen worden aan de hand van de gegevens van Loeb. Nemen we als uitgangspunt de reeds boven beschreven eieren van Fundulus heteroclitus dan blijkt, dat de ontwikkeling, die plaats heeft in zuiver gedestilleerd water te niet gedaan kan worden door toevoeging aan het gedestilleerde water van een zekere hoeveelheid KC1. Toevoeging van kaliumchloride in een zoodanige hoeveelheid, dat dit in een concentratie van 0.01 moleculair aanwezig was, bleek voor de zich ontwikkelende eieren een zeer sterk gift te zijn. Werd aan deze oplossing, dan bovendien een zekere hoeveelheid CaCI2 toegevoegd, dan bleek dat de giftige werking van het KCl sterk verminderde'). Daarbij kwam aan het licht, dat de ontgiftende werking het sterkste was indien de onderlinge verhouding van het KCl en CaCl2 in de oplossing een bepaalde waarde had.

Deze verhouding heeft hier blijkbaar dezelfde beteekenis als de onderlinge verhouding der bestanddeelen in zeewater of vloeistof van Ringer. Loeb2) heeft hiervoor het begrip „ontgiftigingscoefficient'' ingevoerd. Hij verstaat hieronder de verhouding van de concentraties van het giftige tot het ontgiftende zout, die voor de ontgiftiging juist voldoende is. Het is Loeb gelukt om voor verschillende electrolytcombinaties deze ontgiftigingscoefficient te bepalen, waarbij door hem steeds de ontwikkeling der Funduluseieren als maatstaf werd gebruikt. Door de ongevoeligheid dezer eieren voor verschillen in den osmotischen druk was het hem mogelijk om in de electrolytoplossing slechts twee electrolyten te gebruiken en dan van deze twee zouten de ontgiftigingscoefficient vast te stellen. Op deze wijze

KCl

bepaalde hij o.a. de ontgiftigingscoefficient —

CaCl2

') J. Loeb. Biochem. Zeitschr. Bd. 32 p. 308. 1911. 2) J. Loeb. Biochem. Zeitschr. Bd. 31, p. 451. 1911.

Sluiten