Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

K. J. W., 39 ji\, locomotiefpoetser. Tabes dorsalis. Beide pupillen zijn ongeveer 40, de R. is hoekig; beide zijn lichtstijf. De convergentiereactie is goed.

Fundus: De papillen zijn geheel grijs, boven wit, scherp begrensd.

Refr. bdzs E. AV. R. 2/300. L. 3/4 f.

Gezv. R. ziin alleen de centrale 20° van het nas.

bovenquadrant gespaard, 't Centrum ontbreekt. Geen kleurperceptie.

L: Buitengrenzen boven 40°, temp. 550; beneden 50°, nas. ruim 250 voor blauw resp. 20°. 350. 30° 200, voor rood weinig nauwer. De DA. werd onderzocht na aanwending van een mydriaticum.Tijdens de

hchtadaptatie zijn beide pupillen 60.

Rechts is de AG. zóó gering, dat ze met ons toestel (lampen van 25 kaars) niet te bepalen was, dwz. de „Erscheinungsschwelle" is dus grooter dan 4 Mk., de EG. bedraagt 6214. Links is de AG. 3,62, (OR. 4,05) dus normaal te noemen, de EG. bedraagt 18944, wat

Sluiten