Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de buitengrenzen van het gez.v. bij flinke bewegingvan het object: boven bijna 50°, temp. 550, beneden bijna 50°, nas 40°. Geen kleuren.

De DA. werd onderzocht zonder aanwending van een mydriaticum. De verkregen curve moet desniettegenstaande met een mydriasiscurve vergeleken worden, (pupillen !). Na 1 en na 5 min. is de lichtgevoeligheid bdzs nog zóó gering, dat ze niet te bepalen was. Na 10 min. is de gevoeligheid R. 2.5, L. 8,4. (ze bedraagt dan bij OR. 653). De curve van 't R.O. verloopt overal onder die van 't L.O. de E.G. is R. 2417. L. 3838.

Donkergezv.: RO. Hier ontbreekt't centrum. Nergens perceptie binnen io° om F. Het beste gebied ligt in 't temp, benedenquadrant tusschen ruim io enruim 20° ook in nas. beneden en temp. bovenquadrant wordt daar op sommige plaatsen 't object waargenomen.

LO.: 't Centrum ontbreekt. Buitengrenzen: boven 30°, temp. < 30°, beneden 20°, nas. bijna io°.

5. Mej. K. geb. S., 45 jaar. Taboparalyse.

Pupillen: Anisocorie (l>r). Argyll-Robertson.

Fundus: atr. n. optici met scherpe begrenzing der papilranden.

OD. coecus. O.S. : AV. i. Refr. E.

Gezv. L.O.: zeer sterk concentrisch beperkt, buitengrenzen bo-

Sluiten