Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat men vaak onbillijk maar niet altijd onjuist „Americanisme" noemt. Daartegen moet de Universiteit hare leerlingen wapenen en ze zou hierin slecht slagen, door dat programma van de materiëele opvatting te volgen.

Bovendien, met -zulk een programma zou de Universiteit, tenminste de natuurphilosophische faculteit, in concurrentie komen met de instellingen voor technisch hooger onderwijs. Zulke concurrentie, altijd ongewenscht, zou, indien ze ten nadeele van het universitair onderwijs der natuurphilosophie uitviel, de afwezigheid van zijn bestaansrecht bewijzen. En om dat te riskeeren, hechten we toch aan die faculteit te veel waarde!

We hechten te veel waarde aan die faculteit. Wat bedoel ik daar eigenlijk mede? Beteekent het, dat we er door traditie aan gebonden zijn? Als het niet meer is dan dat, mag het in deze belangrijke qusestie niet meetellen. Maar beteekent het mogelijk wat anders, iets meer? Ik geloof van wel. Wanneer we dat zeggen, bedoelen we er mede dat die faculteit een plaats inneemt die door niets anders te vervullen is, een plaats die leeg zou komen, wanneer aan den materiëelen eisch voldaan werd, juist omdat de zuiver wetenschappelijke belangen hier nummer een en nummer laatst zijn. Het is het geestelijk milieu dat zoo geschapen wordt, waaraan we waarde toekennen.

Maar wanneer we dat werkelijk doen, dan moet daarvan een eerste consequentie zijn, dat we wenschen, dat de invloed van dit milieu zich zoo ver mogelijk uitstrekt, ver buiten de muren van de universiteit. Ik bedoel niet dat we biologische wereldbeschouwingen, van biologie doortrokken politiek of dergelijke dingen zouden wenschen. Eenvoudig dit, dat zij, die in dat milieu zijn grootgebracht, de biologen dus, later als zoodanig leden der maatschappij zullen zijn, als zoodanig daar een plaats zullen vervullen. En dat niet op de wijze van het materieele programma, door ze geschikt te maken voor de practijk, doch door de practijk geschikt te maken voor

Sluiten