Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D. geen nadere histologische beschrijving geeft, niet beoordeelen.

Nog grooter zeldzaamheid is die vorm, waarbij het bindweefsel van de schildklier vermeerderd is de z.n. strtona fibrosa. Demme zag dit slechts éénmaal bij een kropgezwel van 19Y2 gram van een foetus tusschen de vierde en vijfde maand en kon geen enkel geval uit de litteratuur noemen. Ook ik vond geen enkele dergelijke waarneming.

Een geheel nieuwe derde groep vormen mijns inziens sommige kropgezwellen, waarin cysten voorkomen. Ze zijn m, i. op te vatten als aangeboren gezwel uit producten van verschillende kiembladen samengesteld. We hebben in Hoofdstuk 1 bij de beschouwing van de embryologie van de schildklier gezien, hoe deze aangelegd wordt, hetzij alleen als epitheeluitstulping van de ventrale zijde van het meest caudale gedeelte van de darmaanleg, hetzij tevens aan het ventrale einde van een van de kieuwspleten, plaatsen waar ectoderm en entoderm bij elkander komen en dus, zooals wij dit overal waar dit het geval is zien, kans bestaat op de vorming van die eigenaardige gezwellen, waarin allerlei soort weefsel voorkomen. Dit is dan ook het geval in de cysten van dezen vorm van str. c. In de uitvoerig beschreven gevallen (geval II van Bodenstein, de beide gevallen van Flesch en Winternitz) werd steeds kraakbeen gevonden meest in den vorm van kleine eilandjes, in het eerste geval van Fl. en W. bovendien nog gliaweefsel, vetweefsel en spierweefsel. Demme vermeldt gevallen van Boucher en Adelmann, waarbij kraakbeen in cysten voorkwam en vermeldt, dat volgens Berger kraakbeen vaker bij str. c. dan bij krop van volwassenen te vinden is. Deze gevallen moet men daarom als teratoom van de schildklier opvatten. Meest gaat dit teratoom uit van den isthmus of processus pyramidalis (gevallen van Bodenstein, Flesch en Winternitz II

Sluiten