Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem met den naam van staius lymphaticus bestempeld, beschouwt hij niet als behoorend tot het beeld der E. D. zelve, maar slechts als een toestand, welke dikwijls tegelijkertijd met de zware gevallen van E. D. optreedt. Uit een in 1909 gepubliceerde verhandeling blijkt echter, dat hij intusschen zijn meening heeft gewijzigd en dat hij toestanden, die als habitus pastosus en status lymphaticus worden aangeduid, evenals de lymphatische constitutie wel als zware vormen der E. D. beschouwt.

Een andere afwijking welke Czerny dikwerf bij kinderen met E. D. waarnam is de neuro- en psychopathie. Immers hierdoor meent hij te moeten verklaren waarom bij deze kinderen zoo dikwijls heftige jeuk, pseudocroup, asthma en blepharospasmus worden waargenomen, terwijl ook het effect van psychische behandeling daarvoor pleit.

Zelfs verklaart Czerny de bij exsudatieve kinderen optredende aandoeningen van de neuskeelholte met behulp van een psychogenen factor. Toorn, angst, teleurstelling zouden het slijmvlies doen zwellen, waardoor de plooien afgesloten worden. Slijm en epitheliën er in gaan rotten en vormen zoo de oorzaak voor infectie.

Ten slotte moet ik er nog op wijzen dat Czerny de scrofulose beschouwt als het gevolg van een tuberculeuze infectie bij een exsudatief kind ; schakelt men de E. D. uit, door uitsluiting van de „Nahrschaden" dan blijven over „bliihende Kinder mitTuberkulose"

Czerny's reeds in 1903 gegeven beschrijving van de verschijnselen der scrofulose, waaronder hij noemt crusta lactea, prurigo, eczeem en adipositas, past geheel bij ziijn opvatting der scrofulose.

Steunende op Czerny's schildering der E. D. hebben andere onderzoekers getracht aan het beeld nieuwe sympthomen toe te voegen. Zoo rekent Moro de leiner'sche erythrodermie tot de exsudatieve verschijnselen. Volgens Stolte vertoonen deze kinderen bij hun geboorte aan de oppervlakte van hun lichaam een sterke bedekking met vernix caseosa.

Langstein beschrijft drie gevallen van slijmig etterige diarrhoeen bij overigens gezonde zuigelingen, die later andere verschijnselen van E. D. vertoonden, waarom hij deze diarrhoeen als een vroeg symptoom der E. D. aanziet. De ontlasting bevatte groote hoeveelheden eosinopliile cellen.

Sluiten