Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thormaehlen 1) publiceerde in 1919 de resultaten van zijn onderzoek van 22 gevallen van gebarsten of geaborteerde ectopische graviditeit. Hierbij vond hij 6 negatieve gevallen. Van de 16 positieve gevallen werd bij de eerste 4 laparotomie verricht en bleek bij alle de bloeding veroorzaakt te zijn door buitenbaarmoederlijke zwangerschap, terwijl bij de volgende 5 positieve gevallen kolpotomie werd gedaan en bloed werd gevonden, zonder dat echter de vrucht of vruchtdeelen werden gezien, zooals trouwens veelal bij kolpotomie het geval is. Daar buitendien in al deze gevallen een andere oorzaak, die de aanwezigheid van de haematine in het serum zou kunnen verklaren, met zekerheid kon worden uitgesloten, mag men in deze gevallen de haematinaemie wel bewijzend noemen voor bloeding in de buikholte i. c. ruptuur of abortus bij ectopische zwangerschap.

Bij de andere 7 positieve gevallen, die niet werden geopereerd en alle genazen, waren óf de anamnese óf het klinische verloop of beide zoo typisch, dat daardoor eigenlijk de diagnose reeds vaststond, behalve bij Obs. XV waar de vergissing met een salpingitis post abortum mogelijk is en bij Obs. XVI waar een adnexitis of appendicitis niet is uit te sluiten. Echter lijkt het mij verstandiger deze 7 gevallen niet te gebruiken als bewijsmateriaal voor de betrouwbaarheid der haematine-proef, hetgeen Thormaehlen trouwens ook niet doet, maar daarvan zegt: „eine entschiedene Beweiskraft kann indessen die dritte Gruppe nicht beanspruchen".

J) Thormaehlen 1. c<

Sluiten