Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over het ledige wervelkanaal gesloten; de huidnaad werd met jodoform-collodium bedekt. De hond wordt na de operatie, die gewoonlijk 2 uur in beslag neemt, in een mand met warme kruiken en dekens gelegd om zooveel mogelijk afkoeling te beletten. In de eerste dagen moet het dier zorgvuldig verpleegd worden om decubitus te vermijden, later is dit niet meer noodig omdat de hond zichzelf nu weer geheel schoon houdt. Wanneer alleen de conus geëxcideerd werd, waren de honden weer na enkele weken geheel vroolijk en bewogen zich volkomen goed op alle vier extremiteiten. Bij hoogere laesies van het ruggemerg sleepen de achterbeenen na.

Om nu de mictie en defaecatie nauwkeurig na te kunnen gaan, werden de dieren in een z.g. „ophangdoek" gebracht.

De volgende ruggemergsoperaties veroorzaakten behalve mictiestoornissen ook nog andere afwijkingen, welke niet in verband staan met het doel van dit onderzoek en die, hoe merkwaardig dan ook, hier toch buiten beschouwing moeten blijven, terwijl alleen die verschijnselen, voor zoover deze op de blaasfunctie betrekking hebben, zullen vermeld worden.

Experiment I. (vrouw. hond).

Hierbij werd de conus geamputeerd over een lengte van 15 mM. Gedurende de eerste dagen bestond er een paralyse van de achterste extremiteiten, die zich echter spoedig herstelde. De urine werd teruggehouden, zoodat de blaas uitgedrukt moest worden; af en toe was de mand, waarin de hond lag, nat. Door catheterisatie, verricht om de blaasfunctie beter te kunnen bestudeeren, ontstond een putride cystitis, waaraan de hond snel bezweek.

Experiment II. (vrouw. hond).

Een 12 mM. lang stuk van het onderste ruggemerg werd ter

Sluiten