Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rondom door verschillende knobbels, in afmeting van zeer klein tot kleine erwtgroot varieerend, opgelicht. Het slijmvlies in het gebied van het trigonum schijnt normaal en is scherp begrensd ten opzichte van het overige gedeelte van de blaas. De inhoud is een troebele, lichtbruine, dradentrekkende vloeistof.

Kat n. 22-II-'21.

Gemengde narcose. Gestrekte rugligging.

Na dezelfde operatie, treden ook hier precies gelijke verschijnselen op. Exitus na 6 dagen. Bij sectie vindt men een blaas, geheel hetzelfde beeld vertoonend, dat bij kat I beschreven is, alléén met dit verschil dat hier een kleine, makkelijk te verscheuren adhaesie aan de apex is.

Bij beide katten waren de overige organen normaal, er was geen peritonitis, een voldoende doodsoorzaak werd dus niet gevonden. Duidelijk was evenwel, dat er voor een behoorlijke vascularisatie van de blaas moest worden zorggedragen, wilden de volgende proefdieren in leven blijven. Dit werd op de volgende wijze bereikt: De grootere bloedvaten in de lig.a lateralia vesicae, meestal ten getale van twee aan elke zijde, werden stomp uit het omgevende weefsel vrij gepraepareerd, totdat de vaatjes rondom gelijkmatig glansden over een lengte van 1 — 1.5 cM., zoodat men mocht aannemen dat, tegelijk met de buitenste adventitia lagen, alle zenuwen die langs deze bloedvaten de blaas nog zouden kunnen innerveeren, verwijderd waren. Bovendien werd een bloedvat aan de ventrale zijde van de urethra, mediaan

Sluiten