Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volle blaas langs een andere sensibele weg begrijpen; het dier heeft dan het besef een blaas te hebben, waarvan het bij ondervinding weet, dat deze zich binnenkort zal contraheeren, maar toch is het tenslotte onverwacht. Dit was goed te zien bij kat VII.

Het stadium van de retentio urinae ontbreekt bij katten waarbij de urethra geheel tot aan de uitmondingsplaats gedenerveerd is; hier heeft de blaas ook dadelijk na de operatie een behoorlijke tonus, is nooit zoo sterk uitgezet als bij de eerste 6 katten het geval was en contraheert zich volkomen na elke mictie, zoodat er geen urine in de blaas achterblijft.

Vergelijkt men nu de frequentie en de hoeveelheid van de micties bij een normale en bij drie der geopereerde katten, dan ziet men dat de frequentie veel geringer is bij de laatsten, bijna steeds éénmaal in de 24 uur, op een enkele uitzondering na en dat er blijkbaar verband bestaat tusschen quantum urine en mictie; m.a.w. schijnen volume en druk dezelfde beteekenis als mictie-bepalende factoren te bezitten, terwijl normaal de blaasontlediging slechts van den druk, of detrusor tonus, afhankelijk is.

Zooals begrijpelijk overigens, houden mictie en defaecatie hier geen verband met elkaar, het is een toeval wanneer deze samenvallen, wat wel eens gebeurt, als ongeveer op het moment dat er mictie zal komen, juist ook defaecatie plaats vindt.

Daar waar deze resultaten zoo weinig met die van Roith in overeenstemming waren, wat de tolerantie voor vascularisatie-stoornissen betreft, scheen het niet ongewenscht te zijn, de experimenten nu met honden te herhalen. Deze werden op dezelfde wijze als de katten voorbereid, bovendien werd elk dier 5 m.gr. morphine

Sluiten