Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfde individu zonder contact met ander been, vertoont korten tijd slechts nieuwvorming. Weldra houdt dit op en alle been, het getransplanteerde zoowel als het nieuwgevormde, wordt, behalve bij zeer jonge kinderen of zuigelingen, geresorbeerd. Indien het been zonder periost verplaatst wordt, sterft het af en wordt het geresorbeerd.

Wanneer het been met of zonder periost met een of beide einden in contact wordt gebracht bij hetzelfde individu met levend been, dan groeit bet altijd vast aan de levende fragmenten.

Het transplantaat, of het groot óf klein is, wordt altijd geresorbeerd. Het is slechts een mechanisch stut voor de bloedvaten uit de kanalen van Havers met hun levende osteogenetische cellen, die uit de levende beenstukken, waarmee het transplantaat contact heeft, komen en in de kanalen van het transplantaat ingroeien.

Rondom deze nieuwe capillairen worden dan beenlamellen afgezet, die het geresorbeerd wordende transplantaat geleidelijk vervangen. Het transplantaat zelf heeft dus geenerlei osteogenetische kracht. Het is slechts „osteoconductive'.

Indien het been, zooals de phalangen, aan de einden met kraakbeen bedekt is en verder met periost, dan zal het, zelfs bij contact met levend been sterven en geresorbeerd worden. Elk weefsel, zelfs periost, dat tusschen de oppervlakten van levend been en transplantaat wordt gebracht, verhindert de passage van de vaten uit de kanalen van Havers en de osteogenetische cellen van het beenstuk naar het transplantaat. Indien in het periost echter sneden aangebracht zijn, dan is de regeneratie wel mogelijk, omdat door de ontstane spleten de vaten en osteogene cellen hun weg kunnen vinden.

Murphy legt er dus den nadruk op, dat voor een succesvolle overplanting direct contact van het implantaat met levend been een vereischte is. Het implantaat zelf wordt geresorbeerd, waarmede een vervanging door nieuwgevormd been vanuit het omgevende been hand in hand gaat. Het periost is slechts grensmembraan.

Het is vooral het boek van Mac Ewen, dat het onderzoek

Sluiten