Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was. Onder de kap was dus een ruimte waar been gevormd meest worden, indien de beencellen in staat waren nieuw been te vormen. Om het ingroeien van het geregenereerde periost uit de omgeving te verhinderen, werd een ronde gleuf in het been geboord, waarin de kap, die den vorm had van een rond doosje zonder deksel, met behulp van een om het been gebrachten metalen draad werd bevestigd, wat Mac Ewen bij een dergelijke proef had nagelaten. Tot 25 dagen na de operatie werd in alle negen gevallen het been in denzelfden toestand gevonden als het bij de operatie was. Nergens was een verandering van beencellen tot osteoblasten vast te stellen, er was niets te zien, dat wees op een uittreden van beencellen op de oppervlakte van het been, men zag geen deeling der beencellen of beennieuwvorming. Buiten de kap, waar het periost van de omgeving geregenereerd was daarentegen, was flinke beennieuwvorming, die zelfs in oude praeparaten de kap stevig had ingemetseld. In de gevallen, waarin beenvorming onder de kap werd waargenomen, kon microscopisch het ingroeien van periost van buiten uit aangetoond worden.

Bij het microscopisch onderzoek van getransplanteerd been bleek, dat dit te gronde gaat. Toch blijven sommige gedeelten nog lang levende beencellen vertoonen, zelfs nog na langer dan een maand. Dit geldt voornamelijk voor' zonen, die in de buurt der kanalen van Ha vers gelegen zijn.

Sommige oude beencellen vertoonden een insnoering, zoodat men aan directe kerndeeling zou kunnen denken; in andere waren duidelijk twee kernen aanwezig. Het ligt voor de hand deze beelden ten gunste der opvattingen van Mac Ewen te doen spreken. Bij sterkere vergrooting echter ziet men verschillende omstandigheden, die het aannemen eener degeneratie waarschijnlijker maken.

Betreffende de belangrijke functie van het periost en endost, dat in leven blijft, sluiten Mayer en Wehner zich geheel bij de opvatting van Axeaüsen aan. Dat verplant periostloos been regenereert, is te verklaren door het hier en daar aanwezig blijven van gedeelten der cambiumlaag, die aan

Sluiten