Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diffusie uit de omgeving, hetzij door den inhoud der vaten zelf gevoed zijn geworden. Aan de mogelijkheid van snelle nieuwvorming van vaten wordt geen aandacht geschonken. Weldra worden de kanalen wijder en door osteoblasten begrensd. Er worden enkele osteoclasten gevonden, doch de resorptie van been schijnt hier grootendeels dir. ct, zonder osteoclasten te gaan.

Om de kanalen wordt een ring van jong been afgezet, die voortdurend dikker wordt. Waar het kanaal dicht bij de oppervlakte van het transplantaat is, komen de jonge beencellen aan de oppervlakte en breiden zich daar uit.

Deze groei van de osteoblasten van de kanalen van Ha vees is zeer belangrijk. Men ziet ook hier weer de amitotische deeling. Daar er geen osteoclasten worden gezien, moet men aannemen, dat de jonge cellen het oude been resorbeeren (Marchand en Barth).

In de oudste transplantaten (tot 250 dagen) is practisch gesproken van het oude been niets meer over, het is geheel vervangen door nieuw. Hier en daar worden osteoclasten gezien.

Het endost van de kanalen van Havers heeft dus een belangrijke functie bij de regeneratie, al is het beenvormend vermogen niet zoo groot als van endost of intacte cambiumlaag d. w. z. onbeschadigd periost. Deze cellen zijn dus de eigenlijke oorzaak der beenvorming van periostlooze stukken been, waarvoor men de beencellen gehouden heeft, meestal door onvoldoend microscopisch onderzoek. Is het been in kleine stukjes verdeeld, dan hebben de cellen een betere kans op goede voeding en dus op blij ven leven. Dit verklaart het resultaat bereikt met kleine stukjes periostloos been.

Het transplantaat van been met periost bleef langer leven dan de andere. Er bleven meer beencellen in leven en er werd minder been geresorbeerd.

Bancroft (1918) heeft in navolging van Mac Ewen een gereseceerd stuk been van periost en endost ontdaan en in kleine stukjes van een of twee m.M. weer ingebracht bij tweeentwintig honden. Hij meent, dat het been langzamerhand

Sluiten