Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij een polyglobulie kunnen veroorzaken. Hier moet de bloedindikking tengevolge van onvoldoende vloeistofopname aansprakelijk gesteld worden voor de geconstateerde hooge getallen.

Niettemin kan men zeggen, dat de meerderheid der patiënten met kwaadaardige gezwellen een meer of minder sterken graad van anaemie vertoonen en wij zullen dus moeten beginnen met trachten uit te maken of er een verklaring te geven is voor de groote waargenomen verschillen.

Een vermelding van getallen van eigen onderzoek en dat van anderen kan daarbij niet achterwege blijven.

In de literatuur zijn een ongemeen groot aantal mededeelingen over deze vraag verspreid te vinden. De belangrijkste, meer samenvattende overzichten zijn de volgende, tabellarisch gerangschikt:

! Hb. Roode bi. Kleur-

■ gehalte lichaampjes index

H. Strausz en R. Rohntein. ')

Carcinoma uteri 20 1.034.000 0.96

Ca uteri 40 2.280.800 0.69

Ca uteri . . 45 3.400.000 0.66

Ca uteri 35 2.040.000 0.88

Ca uteri 20 1.120 000 0.89

Ca uteri 20 1.180.000 0.83

Ca uteri 55 3.900.000 0.84

Ca uteri 25 1.476.000 0.83

Ca uteri 50 3.620.000 0.79

Ca uteri. . . 50 3.000.000 0.83

Ca uteri 30 2.220.000 0.68

Ca uteri 55 3.330.000 0.82

Ca uteri 30 2.230.000 0.70

Ca uteri. . . . 40 2.500.000 0.80

Ca uteri 30 2.200.000 0.68

') Blutzusammensetznng b. d. verschiedenen Anaemiën, 1901.

Sluiten