Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 mgr. per 24 uur (vergel. QlIECKENSTEDT1). Eenstemmigheid bestaat echter geenszins over dit getal en dit feit; men zie b.v. de gegevens bij SPIRO, in NEUBAUER-HiipPERT's Analyse des Harns. Hoofdzaak is echter, dat een vermeerderde ijzeruitscheiding allereerst in de faeces kan worden geconstateerd.

Nu zijn aan dagelijksche ijzerbepalingen in de ontlasting groote moeilijkheden verbonden, waarop de zoo verschillende uitkomsten van de onderzoekingen van ASHER c.s. en AlISTIN en PEARCE reeds wijzen. Men moet daartoe de patiënten op een constant, uit weinig gerechten bestaand dieet plaatsen, waarvan het ijzergehalte, het best door dagelijksche bepalingen, bekend is. Nadat dit voedsel gedurende eenige dagen is toegediend, wordt de totale hoeveelheid faeces van b.v. een halve week verzameld. Zii wordt goed gemengd en gewogen; dan wordt in verschillende porties het ijzer bepaald, waaruit de geheele quantiteit uitgescheiden Fe kan worden berekend. Een zoodanig onderzoek is door mij bij een 9-tal weinig zieke personen ingesteld, die niet aan een of ander ulceratief proces in maag of darmkanaal leden. Het dieet bestond in een bekende hoeveelheid melk, brood, boter, kaas en suiker, dat gedurende een week werd toegediend (langere aanwending was wegens de eentonigheid der kost niet mogelijk). Het ijzergehalte dezer spijzen was door mij bepaald. De bij dit onderzoek verkregen uitkomsten der dagelijksche uitscheiding liepen in hooge mate uiteen, hetzij doordat inderdaad groote, individueele verschillen in dezen bestaan, hetzij door de moeilijkheid de ontlasting van precies 3 dagen nauwkeurig te verzamelen, hetzij ten slotte doordat de patiënten de vergefelijke zonde begingen ter afwisseling van deze vervelende voeding andere spijzen te gebruiken. Het werd mij daardoor duidelijk, dat op deze wijze slechts zeer moeilijk goede resultaten verkregen konden worden, zoodat hiervan verder werd afgezien.

') Zeitschr. f. klin. Medüin, Bd. 79, 1914.

Sluiten