Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgekoeld en aangevuld met water tot 200 cc. 5 cc. van deze vloeistof wordt met 10 % NaOH even alkalisch gemaakt, waarna 0.2 cc. geconc, H2 S04 wordt toegevoegd. Bij 3 cc. van dit mengsel druppelt men 3 cc. 20 % rhodaankali en 10 cc. aether. Flink schudden. Eenige cc. der aetherische vloeistof komen in de gesloten cuvette van den AlITENRIETHschen colorimeter en worden daarin met den standaard, een ijzeroplossing van bekende sterkte, vergeleken. Dank zij de van de gebruikte wig bekende ijkingscurve, laat zich hieruit het ijzergehalte van de 200 cc. oorspronkelijke vloeistof gemakkelijk berekenen. In 100 cc. van deze vloeistof wordt ten slotte volgens KjEHLDAL de stikstof bepaald

Fe

(1 druppel alizarine als indicator) en hieruit eindelijk de ^

coëfficiënt berekend.

Het spreekt van zelf, dat van het gebruikte zuur, de loog en het kaliumsulfaat vooraf het ijzergehalte moet worden bepaald en later in rekening gebracht. Zij werden daartoe eveneens in kjehldalkolven verhit en vervolgens op dezelfde wijze behandeld als voor de orgaanstukjes is vermeld.

Het is noodzakelijk, dat men bij deze proefnemingen steeds zorgvuldig gereinigd glaswerk, dat voor geen andere doeleinden wordt aangewend, gebruikt.

Het ijzergehalte van het H2SO.( bedroeg in verschillende achtereenvolgens gebruikte flesschen per cc.: 0.0138 mgr.

0.0340 „ 0.0217 „ 0.0167 „

1 gr. K2S04 bevatte in verschillende porties: 0,0106 mgr. te.

0.0058 „ „

In de loog, die 2 x door asbest werd gefiltreerd, kon geen ijzer worden aangetoond.

Sluiten