Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

Toestand van het Beenmerg.

Over de wijze, waarop in normale omstandigheden het beenmerg tot de vorming van jonge bloedcellen wordt aangezet, tasten wij nog geheel in het duister. Men moet uit de standvastigheid van het aantal roode bloedlichaampjes per m.M.3 wel afleiden, dat hier een reguleerend mechanisme ervoor zorgt, dat ondergang en nieuwvorming elkaar in evenwicht houden, maar de aard van dit mechanisme ontgaat ons tot dusver geheel. De veronderstelling, dat hier chemische afvalprodukten der erythrocyten, in het bloed circuleerend, door prikkeling van het merg een rol zouden spelen, lijkt niet onwaarschijnlijk. De aard dezer stoffen is ons echter geheel onbekend. CARNOT') gaf haar den naam van haematopo√ętinen, die hij in het serum van door aderlating anaemisch gemaakte dieren meende te kunnen aantoonen. Ingespoten bij een ander konijn gaf dit serum aanleiding tot sterke nieuwvorming van roode bloedlichaampjes, een waarneming, die door GlBELLI2) en HEINZ3) later bevestigd werd. Ook praktisch heeft deze vraag beteekenis, aangezien door CARNOT het

') Compt. rend. de 1'Acad. des Sciences, 1906.

2) Arch. f. exper. Pathologie u. Pharmacologie, Bd. 65, 1911.

3) D. Medizin. Wochenschrift, 1920.

Sluiten