Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E. Kernhoudende roode bloedlichaampjes.

Het ligt voor de hand de aanwezigheid van normoblasten als een bewijs van regeneratie op te vatten. Evenwel, zooeenvoudig is de zaak ook hier niet. Bij sommige anaemiƫn in grooten getale aantoonbaar, ontbreken zij bij andere geheel, terwijl bij de pernicieuze anaemie de eigenaardigheid wordt aangetroffen, dat naast enkele normoblasten zeer dikwijls exemplaren van groote, kernhoudende, polychromatcphile bloedlichaampjes, de z.g. megaloblasten voorkomen, die in het normale beenmerg niet te vinden zijn, wel in dat van het embryo. Sinds EHRLICH beschouwt men de aanwezigheid van deze megaloblasten dan ook als een z.g. terugslag in het embryonale, een bewijs van pathologische regeneratie.

Onder welke omstandigheden treden nu erythroblasten, die toch geregeld in het merg voorkomen, in het periphere bloed op? Wij weten o.a., dat dit bij kinderen zeer veelvuldig het geval is, bij wie na zeer verschillende prikkels (infecties, inspanning, bloeding) zoowel jeugdvormen van erythrocyten als van leukocyten in het praeparaat zijn te zien. Boven wees ik reeds op de uitstortingen van normoblasten bij tumorvorming in het merg. C. DRINKER, M. DRINKER en KREUTZMANN ') hebben getracht dit vraagstuk ook experimenteel te benaderen. Om na te gaan, of een versnelde bloedstroom misschien een rol speelt, lieten zij dieren groote inspanning verrichten. Momenteel verschenen dan normoblasten in het periphere bloed, waarvan de schrijvers echter aannemen, dat zij niet uit het merg stammen, maar uit inwendige venen, waar zij in grooten getale werden aangetroffen ; na herhaling van den lichamelijken arbeid werden bovendien ten slotte geen kernhoudende cellen meer gezien. Bloeding veroorzaakte een geringe toename der erythroblasten, door hen aan een andere verdeeling dezer cellen in de

') Journ. of experiment. Medecine, V. 27, 1918.

Sluiten