Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

organen er in geslaagd is methoden te construeeren, die althans eenigszins aan dit doel beantwoorden, is men bij het beenmerg nog ver van dit ideaal verwijderd. Gecompliceerd wordt dit probleem nog daardoor, dat zooveel verschillende soorten cellen in de medulla ossium worden gevormd (roode bloedlichaampjes, polynucleaire leukocyten en zeer waarschijnlijk ook de bloedplaatjes door afsnoering van de megakaryocyten), die gewoonlijk elk afzonderlijk in bizondere omstandigheden vermeerderd of verminderd kunnen zijn. Een vaste regel is dit niet: bij infectieziekten bv. ziet men soms behalve een sterke leukocytose ook enkele normoblasten in het periphere bloed, in het bizonder bii kinderen; maar over 't algemeen functionneeren de drie stelsels toch naast elkaar, al naar gelang de hun gestelde eischen. Wil men dus de reservekracht van het merg onderzoeken, dan zou men achtereenvolgens de functie van het erythroblasten — het myelocyten-myeloblasten — en ten slotte van het megakaryocytenapparaat moeten bepalen. Deze opgave is voor onze tegenwoordige kennis en techniek nog niet uitvoerbaar.

Wel kent men verschillende stoffen, die, bij mensch of dier ingespoten, leukocytose verwekken. Men wordt daarmede echter niet verder ingelicht dan over het vermogen der myelocyten, om een voldoend aantal polynucleaire leukocyten in de circulatie te zenden. Gebruikt zijn als zoodanig vooral het natrium nucleinicum, het gelatine en soms het collargol. Nadat HOFBAUER ') in verschillende geschriften de toediening van het nucleïnzure natron bij puerperale infecties had aangeraden, is het later vooral door RENNER2) op groote schaal aangewend, zoowel als therapeuticum vóór en na operaties, als als middel de beenmergfunctie te bepalen. Gemiddeld trad als een stijging van het aantal witte bloedlichaampjes tot

') Centralblatif. Gynaecologie, 1895;Archiv. f. Gynaecologie, Bd. 68,1903. 2) Mitteilungen a.d. Grenzgebieten d. Medizin u. Chirurgie, Bd. 15, 1906.

Sluiten