Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een nieuwe methode verkregen, die behulpzaam kan zijn bij het onderzoek naar de functie van het beenmerg. Dat hierbij werkelijk jonge roode bloedlichaampjes in het spel zijn, volgt met waarschijnlijkheid uit de waarnemingen van MASING '), die kon aantoonen, dat tusschen den graad van het O-verbruik en de hoeveelheid phosphatiden en nucleïnezuur in de erythrocyten der anaemische dieren een zekere evenredigheid bestond. In de kernhoudende bloedlichaampjes zijn deze stoffen uit den aard der zaak in betrekkelijk groote hoeveelheid aantoonbaar. Haar aanwezigheid in jonge erythrocyten zou berusten op het opgelost zijn van kernresten in het protoplasma.

Door MORAWITZ en ITAMI2) is de bepaling van het Overbruik het eerst in de kliniek toegepast, waarbij eenige gevallen van anaemie met zeer verschillende aetiologie werden vergeleken. Het O-verbruik bleek daarbij zeer uiteen te loopen. Slechts 3 gevallen van carcinoom worden door de schrijvers vermeld, waarvan 1 met onzekere diagnose, 1 met anaemie van het haemolytisch type. De beide eerste patiënten vertoonden een zeer geringe „Sauerstoffzehrung", de laatste een belangrijke.

Eenige verdere klinische gegevens stammen van HARROP3), die evenals MORAWITZ c. s. bij normale menschelijke roode bloedlichaampjes O-verbruik ziet ontbreken, bij verschillende anaemiën echter een duidelijk onderscheid in O-gehalte vóór en na het verblijf in de broedstoof aantreft. Hij meent daarbij tevens een niet te miskennen evenredigheid tusschen vitale korreling en O-verbruik te hebben aangetoond en ziet dan ook in beide onderzoekingsmethoden belangrijke hulpmiddelen voor de functiebepalingen van het beenmerg.

Waar in het experiment zulke goede uitkomsten zijn ver-

') Archiv. f. experim. Pathol. u. Pharmacologie, Bd. 66, 1911.

2) D. Archiv. f. klin. Medizin, Bd. 100, 1910.

3) Archives of internal niedecine, V. 23, 1919.

Sluiten