Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SAMENVATTING.

De in het eerste hoofdstuk vermelde getallen hebben ons geleerd, dat anaemie bij het carcinoom het meest en in de sterkste graden voorkomt bij tumoren, gezeteld in organen, die met de buitenwereld in verbinding staan. Het derde hoofdstuk heeft ons doen zien, dat in deze gevallen vrijwel steeds bloedinkjes optreden. Met TüRCK mogen wij daarom aannemen, dat bloedingen in de allereerste plaats in aanmerking komen voor de verklaring der anaemie bij carcinoompatiënten-

Dat er maligne tumoren voorkomen zonder anaemie, is eveneens uit de tabellen af te leiden.

Daarnaast treft men echter gevallen aan van gezwellen, niet van de huid of slijmvliezen uitgaand en geen ulceratie vertoonend, waarbij een anaemie niet is te miskennen. Op welke wijze komt hier] de anaemie tot stand ? En in hoever spelen bij tumoren der eerste groep nog andere oorzaken dan uitsluitend de bloedingen een rol bij het tot stand komen der anaemie?

Een samenvatting van de resultaten der in het vierde hoofdstuk beschreven onderzoekingsmethoden maakt duidelijk, dat bewijzen van toegenomen bloeddestructie bij onze lijders niet zijn aangetroffen. Noch bij het onderzoek van het bloed (haemoglobine, haematine, bilirubine, ijzer), noch bij dat van urine en faeces (urobiline), noch bij dat van lever en milt (ijzer) zijn uitkomsten verkregen, die een zoodanige uitspraak zouden rechtvaardigen. Speciaal het ontbreken van siderosis van lever en milt is van belang. Wij kennen toch gevallen van ernstige anaemie, waar alle andere beschreven methoden negatieve of twijfelachtige resultaten geven, en men dus

Sluiten