Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met elkaar en ook diermotieven met menschenmotieven. Zoo ontstonden bijvoorbeeld de Grieksche centauren, waarin misschien het paardenlichaam kracht en onverschrokkenheid symboliseerde, terwijl de menschenromp en het menschenhoofd wilden zeggen, dat de rede der menschen deze kracht bestuurde. Indische goden werden met den olifantssnuit afgebeeld en de Perzische Mithra stelde men vaak voor als een door slangen omstrengeld leeuwenlichaam. Niet steeds behoefde het bééld de voorstelling van een half dierlijk, half menschelijk wezen in het leven te roepen. Bovenaardsche wezens als sirenen, half jonkvrouw half visch, en griffioenen, half maagd half vogel, ontstonden in de verbeelding der menschen. Waarschijnlijk wilde men de sombere en onbevolkte zee en de rotsachtige wildernis bevolken, kon men het holle geheim niet dulden, en deden toen behoefte aan mystiek en sexueele instincten deze mythologische dieren in 's menschen geest ontstaan.

Langzamerhand — het lijkt een louteringsproces — ziet men, dat de diergod tot het dier, dat den god begeleidt, tot symbool van den god, die het zelf niet is, of tot symbool wordt van een bijzondere macht, waarmee de god bekleed is. Bij de oude Germanen vinden wij talrijke dieren, die goden begeleiden: bokken trekken de wagen van Thor. Volgens de sage kon men ze slachten en eten, mits men maar vel en beenderen bewaarde. Eén zwaai met den hamer van den dondergod, en uit die botten kwamen de bokken weer krachtig en levend te voorschijn. Op den schimmel Sleipnir rijdt Odin door de lucht, en twee raven. Hugin en Munin — de raaf speelt in de dierenmythologie evenals in het Noach-verhaal een belangrijke rol — zijn zijn voor-

Sluiten