Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volkeren en in het bijzonder in Vlaanderen en Nederland bewijst wel, dat toen de mythologische periode voorbij was. De gevreesde en in het Noorden als booze geest bekende wolf is de domkop uit ons verhaal. De beer, de allerhoogste en in hoogNoordelijke regionen de heer der dieren,is een goedgeloovige satelliet van den leeuw, den grooten katachtige, die het publiek van Noord- en WestEuropa toch maar van hooren zeggen kende. Het ons zoo typisch eigen lijkende reinaardverhaal maakt de bewoners van West- en Noord-Europa vertrouwd met verhoudingen in het dierenleven en ook met dieren zelf, die meer in een Oostersche en Zuidelijke wereld ontstonden. Opmerkelijk is het, dat vele dieren uit het Germaansche bosch: bunzing wezel, uil enz. in den reinaardroman niet voorkomen, dat de hond, in het Westen hooger in aanzien dan speciaal in het Semietische Oosten (voor den Islam is de hond onrein en de Bijbel schimpt onwaardige figuren ,,keelew" en „kalba") in den reinaardroman geen plaats gevonden heeft. Het idee, dat naar het evenbeeld van den menschenstaat ook de dieren een grooten staat vormden, die zijn vertegenwoordigende lichamen en zijn vergaderingen heeft, moet men niét alleen verklaren uit het verlangen van schrijvers, de menschelijke samenleving te bespotten door middel van een gefingeerde dierlijke. Wel is het waar, dat in de latere middeleeuwsche lezingen van den roman het opzettelijksatirieke steeds toeneemt. Maar in de verbeelding der menschen zelve, in hun zucht de romantiek der dieren mee te kunnen leven door ze te vermenschelijken, schuilt alweer het idee van de dierenmaatschappij. Zoo goed als men geloofde, dat in den Walpurgisnacht de heksen bij elkander kwamen,

Sluiten