Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buffels en olifanten. In rust leven zij niet. Tusschen den wellust van bevrediging en die der slaap zijn het verdelgers of slachtoffers. De jaguar bespringt den somberen pampasstier en in diens rug vastgebeten rijdt het roofdier zichzelf de vlakte en den stier den dood in. De zwarte arend slaat den haaksnavel in het oog van den steigerenden hengst. De natuur, of hitte en droogte over haar ligt of dat zij open is voor de frissche bries van zee en bergen, is altijd gewillig en altijd passief. Deze dichter, die na de eigenlijke letterkundige, romantische periode kwam, heeft de letterkunde een dierromantiek geschonken, zooals een Delacroix en Swan dit de Schilderkunst gedaan hebben.

Na de romantiek kwam in de cultuurgeschiedenis van de negentiende eeuw het realisme en het naturalisme, het streven om de werkelijkheid en het heden, niet het verre en het verleden uit te beelden. De vormen der romantiek, de vergrooting en verheviging van dat wat men voorstellen wilde, bleven echter behouden. Ook de dieren werden niet weer teruggedrongen tot de kleine plaats, die zij in de vóór-romantische cultuur van het beschaafde Europa hadden. Integendeel! Naturalisme was natuur-minnend en alles wat natuurlijk was, waarin men de voltrekking van zijn eerlijke driften zag, was den naturalist lief. De romantiek dichtte het dier een menschenziel toe, zij zag een goddelijk mensch in het dier. Het naturalisme zag een bedorven dier in den mensch en verhief het zuivere dier met zijn paar-drang en vruchtbaarheid, ook soms met zijn prachtige onberedeneerde gevoelens boven den mensch. Beter was het, om, zooals de dieren, een kleinen geest in een gezond lichaam te hebben, dan als de menschen een vervormden geest in een

Sluiten