Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds aangetast lichaam. Men haatte de verheerlijking van de ziel, zooals eeuwen dit gedaan hadden, zoowel de onderscheidende geest der klassieken van de zeventiende eeuw als de romantische Godzoekende en dwepende ziel, en men wilde, dat de menschen van het dier weer wat direct leven leerden en het verlies van valsche schaamte. Men herinnere zich, hoe in Zola's ,,La faute de 1'abbé Mouret" (De misstap van den Abt Mouret) de mooie simpele juffer haar hoenders kweekt en liefheeft, hoe in Octave Mirbeau's hondenboek „Dingo" alleen de hond een armen ouden misdadiger begrijpt en liefheeft, waarvan een benepen menigte zich vol haat afwendt. Vooral de hond, die in Chamisso s ,,Der Bettler und sein Hund" reeds de beste vertrouwenswaardigste metgezel is, wordt het geliefde dier der naturalisten. Hij is het eerlijke dier, de democraat, de wilde, uitgelatene, die geleid wordt door een niet te bedriegen psychisch instinct, dat hem zegt, of de mensch, dien hij ontmoet, een goede of een slechte kern heeft. Het huisdier wordt in de naturalistische letterkunde vanzelf een ruimere plaats ingeruimd dan het wilde, omdat het dichtbij is. De koe en de geit zijn de goede, door domheid oprechte vruchtbaren; de geur van hun lichamen en hun stallen maakt den mensch reeds tot een natuurlijk wezen. De kat, aristocratisch en verfijnd, vindt minder vrienden onder echte naturalisten; die blijft altijd de kameraad van stille romantici, van bedroomers van het Oosten en de oude wijsheid. Het paard treedt tot ons in een andere gedaante dan waarin de mythologie het zag en dan die waarin de pompeuze Buffon het verheerlijkte en hierdoor zelf ietwat belachelijk werd:

Sluiten