Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en die ook in de Europeesche folklore bewaard is gebleven.

Halsstarrig waren de verhalen, die avontuurlijke wereldreizigers van negers en inboorlingen overnamen, dat gorilla's en chimpansé's menschenvrouwen tot zich trokken en die op hun beurt door natuurlijke-historie schrijvers weer met gerust geweten werden verbreid. Mythologische wezens als fauns, half-bokken bijvoorbeeld ontstonden uit de voorstelling der volkeren, dat er sexueele begeerten van dier tot mensch zouden bestaan. In moderne letterkundige scheppingen treffen we nog dikwijls de beschrijving van een dierenhartstocht voor een mensch. Daar de antieken ook goden hartstochten voor aardsche wezens lieten opvatten, behoorden deze soort voorstellingen van vrouwenschaking door een dier tot de eigenaardige vermenschelijking van wat niet menschelijk zijn mag, waar ik bij de vermenschelijkende dierletterkunde over gesproken heb. In Gerhart Hauptmann's „Die versunkene Glocke" is Nickelmann, het half-dierlijke, kikvorschachtige watergeestje, dat de menschenvrouw tot zich neemt, zulk een vrouw-belust dierlijk-goddelijk wezen. Dichter bij de realistisch-romantische letterkunde komt het motief der dierenlust naar menschen in een vertelling als Edgar Allan Poe s ,,De dubbele Moord in de Morgue-straat .

Het is eigenaardig, dat in dit verhaal, de mythe getrouw, 't juist weer een mensch-aap, een orangoetang, is, die hier de twee ongelukkige vrouwen vermoordt en bij de haren in den schoorsteen sleept.

In Honoré de Balzac's vertelling „Une^ passion dans le désert", ook in Curwood s ,,Kazan wordt de sexueele verhouding tusschen dier en mensch als werkelijkheid voorgesteld. Wat ook de wetenschap

Sluiten