Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er van zeggen moge, men mag geneigd zijn aan e nemen, dat er een zekere aantrekking, hoe vaag die ook is, bestaan zal tusschen een dier en zijn tegenovergestelde sexe bij de menschen. Misschien is zulk een vage neiging te klein om er een heel liefdesverhaal op te bouwen. Het komt mij voor, dat deze aantrekking nog het meest gevoeld wordt door groote katten; de herinneringen van beroemde rootdier-temmers staven het. Daardoor heeft Balzac s verhaal van de wijfjes-panter, die zich gelukkig Voelt in de tegenwoordigheid van den Franschen soldaat, een zekeren overtuigenden werkelijkheidsschijn. Met hoffelijkheid, met streelingen, met vertrouwelijkheid wint de soldaat de aanhankelijkheid van een vrouwelijke panter, in wier jachtterrein hij toevallig verdwaald is; hij kan het gevaarlijke dier niet dooden als ze zich ter ruste gelegd heeft aan zijn zijde.

Ook in de liefde die Ouara de leeuwin, wier leven ons André Demaison beschrijft, voor haar meester heeft, is een zeker allervaagst begin van sexueele bevangenheid niet te ontkennen.

Wel moet men zich afvragen, of deze typische wellustige groote katten niet door vriendelijkheid en streelingen op zichzelf gewonnen worden, onverschillig of een man of een vrouw zich tot hen richt; misschien zijn ze wel iets toeschietely er, wanneer een vrouw hen inpalmt, omdat deze zachter handen en streelender stem heeft, om a-sexueele

lichamelijke redenen dus.

In Kazan de Wolfshond's liefde voor Joan en Isobel, is het motief vergrofd, overdreven; de jaloersche liefde van een dier voor zijn meesteres is vervalscht tot die van een viervoetige minnaar voor de blond-harige maitresse.

Wij en de Dieren 5

Sluiten