Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer we echter het motief weer terug vinden in Colette's ,,La chienne jalouse", dan moeten wij voorzichtig zijn met het bestaan der dierlijk-menschelijke sexueele betrekkingen te ontkennen. Deze uiterst fijn-bezenuwde, de waarheid intuïtief radende en kiesch weergevende artiste mijdt onverantwoordelijke leugens in haar werk.

Mits met voorzichtigheid en omzichtigheid behandeld, schenkt deze dier-menschen-liefde de letterkunde een eigenaardig-romantisch motief, dat zeker aan het dierverhaal een groote handelingsmogelijkheid en -verscheidenheid geven kan.

Moeten wij de zoo talrijke moderne verhalen, die van reisbeschrijvingen tot natuurverheerlijking, van observatie tot lyriek gaan, nog dierromantiek noemen?

Vooral bij de Germaansche volkeren, Duitschers, Scandinaviërs, Nederlanders is een dier-verhaal gekomen, dat het dierenleven nauwgezet bestudeert en dichterlijk navertelt. Deze verhalen, zooals Löns en Soffel in Duitschland, Kuylman en Wigman bij voorbeeld in Nederland ze schiepen, isoleeren het dier niet tot een afzonderlijk individu, individualiseeren het zoo min mogelijk en willen ons het leven weer geven van bosch en veld en duin, van de natuur van het vaderland, waarvan hun werk de ziel moet voelbaar maken. Zij kunnen de romantische spanningen der Franschen en Engelschen niet bereiken, zij voeren u niet in een romantisch gebeuren binnen, maar maken met u wandelingen over paden, die ge niet kent. Toch behooren zulke verhalen bij de romantische dierletterkunde thuis, omdat zij voortkomen uit de behoefte om zich te verdiepen in het leven der natuur van vaderland en

é

Sluiten